Ik heb zo van die dagen dat ik op wolkjes loop, dat ik me omgeven voel door positieve vibes, dat the sky en Peking the limit zijn, dat geen Giro-col te hoog is, geen Ironman te lang. Vandaag word ik gedragen door de onwaarschijnlijke wilskracht van Marc Herremans, door de schier onuitputtelijke energie van Sven Nys die terecht meer dan ooit gelooft in zijn Olympische droom en hiervoor keihard werkt, door de metamorfose van Luc Van Lierde die eindelijk opnieuw in zichzelf gelooft, door dash van Mario Aerts die in één van de zwaarste Giro’s ooit en tegen de steilste Dolomietenflanken zichzelf teruggevonden heeft. Misschien onbewust hebben zij de rollen omgekeerd. Vandaag zijn zij coach. Coach van de coach.
Op 20 mei kreeg ik van Marc Herremans, die op dat ogenblik in Lanzarote was om wat te trainen en vooral om Luc Van Lierde te pushen naar een mooie comeback, het volgende SMS-je: “Luc, Dirk en ik starten volgend jaar in de Ironman van Lanzarote. Jij moet ook meedoen, trainerke. Dat zou echt sjiek zijn.”
Ik had meteen een antwoord op dè vraag waarvoor ik vruchteloos een antwoord zocht. “Wat doet een 50-jarige met een aanstormende midlifecrisis?” Koopt hij een Porsche? Een Ferrari? Een moto? Zoekt hij godbetert een maîtresse? Niets van dat alles dus. Hij begint, gezien de keuzemogelijkheden met begrijpelijke steun van zijn vrouw, te trainen voor één van de zwaarste triatlons ter wereld, wellicht zelfs de zwaarste. Op het eiland dat zo gigantisch veel betekent, waar in mijn coachbestaan glorie en drama elkaar de hand reiken, waar Dirk Van Gossum in 2000 zijn grootste overwinning behaalde en waar Marc Herremans zijn zwartste dag beleefde, waar Luc Van Lierde een hand uitstak naar de overwinning en dat volgend jaar ongetwijfeld opnieuw zal doen. Samen met Marc, Dirk en Luc aan de start van de Ironman van Lanzarote 2008. O ja, samen ook met Piet Goddaer (Ozark Henry). Het wordt de wedstrijd van de comeback, de wedstrijd van de vriendschap. Het wordt - bij leven en welzijn - de wedstrijd om nooit te vergeten.
Nog niet zo lang geleden vond hij rondlummelende joggers maar niks, een beetje dwaas zelfs. De aanschaf van een paar echte loopschoenen leek hem een onverantwoorde en gekke investering, niks voor – zoals dat heet - de cultureel onderlegden. Kortom, hij schuifelde rond op deze aardkloot, gezapig, op zijn eigen tempo, zijn sportende medemens minzaam aanstarend met het milde mededogen dat hem eigen is. Toen stortte hij zich, voor het oog van de camera’s, in het grote marathonavontuur. Een nieuwe wereld ging voor hem open. Hij werd ingewijd in vreemde ochtendrituelen waaraan het tellen van hartslagen, het rekken van spieren, een weegschaal en vreemde drankjes te pas kwamen. Zelfs ter plaatse fietsen en watertrappelen, ook wel aquajog geheten, konden, zij het schoorvoetend, na een tijdje op zijn begrip rekenen. Toen uitlekte dat hij verzwegen had dat hij in New York niet zou lopen omwille van een letsel kreeg hij emmers str… over zijn hoofd. Er kwamen ethische commissies aan te pas die hem terecht wezen en zijn journalistiek foute houding laakten. De geloofwaardigheid van Canvas maakte slagzij enleek, samen met hem, dezelfde weg op te gaan als de Titanic.Een knieoperatie hield hem even buiten strijd, maar na enkele weken al, toen de storm was overgewaaid en de wonden gelikt, begon hij er terug aan. Ver buiten het zicht van de camera’s deze keer. Omdat hij iets wou bewijzen aan sommigen die net hem als voorbeeld namen van hoe het niet moet. Omdat hij zich joggend beter in zijn vel voelt dan zittend. Omdat hij - tout court - een sportman is geworden. Zondag liep hij na een probleemloze wedstrijd voor de tweede keer over de finishlijn van de 20 kilometer door Brussel.Knap van Koen Fillet.
Toen Sven als veertiende over de finish bolde dacht hij dat hij het gehaald had. Tot zijn consternatie ging toen de bel voor de laatste ronde. Met het uitstervende geluid ging ook het licht uit, fysiek en mentaal. Een bijzonder sterke start, een slopende inhaalrace, enkele valpartijen, een open gereten arm en het loodzware parcours waren er na meer dan twee uur te veel aan. Vierentwintigste was het uiteindelijke verdict, een resultaat waar we vooraf zouden voor getekend hebben, maar dat achteraf gezien toch licht teleurstellend is. Tijdens de voorlaatste ronde reed Sven immers nog voor een elfde plaats. Sven kan het niveau van de allerbesten nog niet aan, zoveel is duidelijk. We hadden vroeger al gemerkt dat de doorgewinterde mountainbikers tijdens de laatste ronde iets meer in huis hebben dan Sven. Zij kunnen beter doseren, om dan nog eens verschroeiend uit te halen. Ze hebben ook zo veel meer ervaring. Voor zover het we nog niet wisten is dat nog maar eens duidelijk geworden. Volgende keer moet en zal het (nog) beter zijn, dan wel vanuit een gunstiger startpositie. Laat het ons positief vandaag bekijken. Een plaats binnen de top-30 was het hoogst haalbare, zo leek het ons toch vooraf. Opdracht volbracht dus. Na 3 wedstrijden zijn we nog altijd op schema voor het waarmaken van Sven’s Olympische droom. Maar het worden nog bikkelharde maanden.
Morgen start Sven Nys in Offenburg voor zijn eerste wereldbekerwedstrijd mountainbike van het seizoen. De ambities zijn noodgedwongen eerder beperkt. De punten die hij vorige week in Apeldoorn won door o.a. Bart Brentjes – notabene de nummer 6 in de wereldbekereindstand 2006 – te kloppen werden nog niet meegerekend om de startorde te bepalen. Sven start ergens rond nr 145, veel te ver om enige rol van betekenis te kunnen spelen. Hij moet gewoon ontspannen rijden en zo dicht mogelijk eindigen, om zo zijn startpositie bij de volgende wedstrijd gevoelig te verbeteren. Met een top-40 ben ik tevreden. Hij voelt zich goed, en het parcours moet hem liggen. Ik weet dat hijzelf op meer rekent. Wie weet.
In sommige reacties worden sommige van de atleten waarmee ik werk beschuldigd van dopinggebruik, net omdat ze een grote prestatie hebben neergezet. Zo ook Mario Aerts, vooral dan op basis van zijn winst in de Waalse Pijl van 2002.
Voor alle duidelijkheid: Mario heeft deze wedstrijd gewonnen met een hematocriet van minder dan 41%, voor zover ik het me herinner was het exact 40,8%. Deze gegevens zijn gebaseerd op een bloedname bij zijn eigen dokter, één dag vóór de wedstrijd. Deze hematocrietwaarde werd nog eens bevestigd door een bloedcontrole van de UCI enkele uren voor de start. Wie twijfelt aan mijn (ere)woord mag altijd contact opnemen via email (paul.vandenbosch@scarlet.be).
Ook Sven Nys ligt wel eens onder vuur. Jammer. Ondanks alle echte en valse beschuldigingen, ondanks alle bekentenissen, ondanks het besef dat er inderdaad heel wat dopinggebruik in de sport is, ondanks dat alles blijf ik geloven in de kracht van talent, van hard trainen en van een gerichte en wetenschappelijke trainingsaanpak, en blijf ik dus ook geloven in zuivere prestaties, in sporters die het anders willen en kunnen. En blijf ik dus rotsvast geloven in atleten zoals Sven Nys. De dag dat dat geloof er niet meer is houdt het op voor mij. En niet zo maar. Dan zal ik me vragen stellen over de voorbije 20 jaar als coach, dan zal ik me verschrikkelijk ongelukkig voelen omwille van de verloren tijd, omwille van zoveel zaken die ik soms verwaarloosd heb omwille van de sport. Maar tot nader orde, en tot het tegendeel bewezen is ga ik door. Nog een hele tijd. (Foto Jimmy Bolcina)
De wielersport davert nog maar eens op haar grondvesten. Zoveel is duidelijk na de ‘lawine’ van bekentenissen van ex-Telekomrenners. Zelfs Zabel – voor velen één van de weinigen met een onkreukbaar imago – gaf vandaag zeer geëmotioneerd toe dat hij niet aan de epoverleiding heeft kunnen weerstaan. Beperkt. Dat wel. Na één week al gestopt omwille van de neveneffecten, zo heet het. Wat indien die neveneffecten er niet waren geweest? Zabel zou nog veel meer gewonnen hebben, zoveel is wel zeker. Gedopeerd, ja, maar niet meer dan zoveel anderen die zwijgen, ontkennen, of enkel toegeven voor de beperkte periode dat ze betrapt zijn. Hoe dan ook is het een moedige bekentenis van Zabel, in de nadagen van zijn carrière, maar toch nog niet afgeschreven. Zabel heeft vandaag geproken, in het belang van de wielersport. Dat denk ik toch.
Dat de prestaties van de Telekomploeg niet gebaseerd waren op revolutionaire test-, trainingsmethoden en trainingsadvies was me al duidelijk in het najaar van 2002. Toen verhuisde Mario Aerts immers naar Godefroot’s team. Op 20 september moest Mario al naar de “Medizinische Universitätsklinik Freiburg” voor testen bij de nu zo gecontesteerde Dr. med. L. Heinrich. Ik hoopte iets bij te leren en was dan ook zeer benieuwd naar de testmethode en het bijhorende advies. Toen Mario me het testprotocol toonde was ik, zacht uitgedrukt, teleurgesteld. Het was een vrij klassieke inspanningstest, beginnend op 100 Watt, en per 2 minuten werd de belasting met 20 Watt opgedreven. Het maximale wattage dat Mario toen kreeg rond geduwd was 5.15 Watt/kg. Hij kreeg één A4-tje mee, waarop rudimentair de testgegevens stonden, één grafiekje en welgeteld 4 trainingszone’s, uitgedrukt als G1-G2-K3 en EB. Dat was het dan. De manier waarop Mario nadien moest trainen riep heel wat vragen bij me op. Op stage moest hij bergop rijden met een hartslag van 140 slagen/minuut. Kilometers lang, dag na dag. In mijn interpretatie was dat trainen in de recuperatiezone. Bovendien mocht Mario maar in competitie komen op het ogenblik dat de meeste andere renners al enkele rittenwedstrijden in de benen hadden. De gevolgen waren voorspelbaar. Daar heeft Mario Aerts een knak gekregen Het is nadien eigenlijk nooit meer goed gekomen tussen hem en Telekom. Mario voelde zich niet goed in het team. Hij had, zo zei hij me toen, de indruk dat hij overal werd buiten gehouden. Gelukkig, zo blijkt nu.
In de hoogtekamer van het Topsport ABC zag ik al heel wat topatleten aan het werk, o.a. ook kayakker Bob Maesen. Hij traint er regelmatig samen met Sven Nys en steeple-loper Krijn Van Koolwijk. Van professor Hespel weet ik dat Bob niet bang is om in de Leuvense ijle lucht verbeten, met grote halen zijn limieten op te zoeken en zijn grenzen te verleggen.
Bob is wereldtop in zijn discipline. In 2003 werd hij vice-wereldkampioen en in Athene werd hij nog vijfde tijdens de voorbije Olympische Spelen. Ook nadien haalde hij nog een top-5 op een wereldkampioenschap. In andere, meer populaire sportdisciplines bereik je hiermee in België de status van halfgod. Niet zo bij industrieel ingenieur Maesen, die vooral in de anonimiteit keihard traint en knokt om volgende jaar in Peking nog eens een gooi te doen naar Olympisch eremetaal. Ik kan alleen maar respect opbrengen voor dergelijke atleten. Mochten er twijfels gerezen zijn omtrent mijn ideeën over steun van de overheid aan potentiële medaillekandidaten: iemand als Maesen kan niet genoeg gesteund worden. Dergelijke atleten moeten we koesteren. Zo hebben we er niet veel.
Op 10 november 2006 schreef ik op het einde van mijn blog ‘Nieuwe samenwerking’: “Le nouveau Mario est arrivé.” Vandaag kan ik zeggen dat Mario Aerts me niet teleur gesteld heeft. Gedurende de hele winter leefde hij op en top als een prof en trainde hij met een gretigheid die hij – ogenschijnlijk dan toch – ergens ver weg van onder het stof moest opduikelen.Mario was in vorm, heel vroeg al, maar het geloof in eigen kunnen, de spirit en de wil om zelf voor het resultaat te rijden, om in de wedstrijd zijn grenzen te verleggen waren er nog niet. Wegens al te lang niet meer gebruikt, wegens veel te lang vastgeroest in een knechtenrol. Mario werd gerespecteerd in zijn ploeg. Achter de schermen, ver buiten het zicht van de camera’s, haalde hij bidons en regenvestjes, reed hij kilometerslang op kop voor Robbie, zette hij Cadell Evans uit de wind om hem dan keurig af te zetten aan de voet van de laatste klim. Hij zette zich dan steevast – zoals dat heet in wielerjargon – “aan de kant”. Om dan, soms tot wanhoop van zijn trainer, rustig binnen te rijden, ver achter de kopgroep, denkend aan het labeur van de volgende dag. Maar geleidelijk aan kwam de kentering. In de Brabantse Pijl reed hij voor het eerst sinds lang een finale en voelde hij dater meer inzat. De Amstel Gold Race bracht de bevestiging. Vandaag lijkt Mario weer helemaal op het juiste pad te zitten. In de Giro deed hij zijn job in de ploegenrijdrit, hij klom met de beteren tijdens de eerste bergrit, hij reed nog maar eens kilometerslang op kop voor Robbie, en hij probeerde – met succes trouwens – attent mee te schuiven in een beslissende ontsnapping. Als toetje stak hij zondag zelfs even de hand uit naar de ritoverwinning. Een voorlopig twaalfde plaats in het algemene klassement is een perfecte weergave van een mooie eerste week. Misschien blijft hij overeind, of misschien krijgt hij nog een dreun. Maar eigenlijk is dat bijkomstig. Ik heb eindelijk de renner gezien die ik lang geleden al onder mijn hoede had, de nieuwe Mario die zoveel meer kan dan hij de laatste jaren liet zien.
“Is Luc Van Lierde nu weer helemaal terug?” vroeg een journalist me gisteren nadat Luc tweede was geworden in de Ironman van Lanzarote. Ik heb ontkennend geantwoord. Dit was niet de Luc Van Lierde die zich tussen 1996 en 2000 de beste triatleet ter wereld mocht noemen. Maar dit was wel de Luc Van Lierde waarmee in alle volgende wedstrijden rekening zal moeten gehouden worden, die respect heeft afgedwongen, die zijn niet door enige kennis van zaken gehinderde en soms zelfs zielige criticasters in iets minder dan 9 uur met het schaamrood op de kaken in het verdomhoekje heeft gejaagd, die – met dank aan Dirk Van Gossum en Marc Herremans - vooral een belangrijke stap heeft gezet naar de definitieve wederopstanding. Zowel Luc als ikzelf beseffen dat er nog heel wat werk aan de winkel is. Nu volgt één week recuperatie en dan beginnen we er weer aan. We gaan de scherpe kantjes wegvijlen, de zwakke punten sterker maken. We gaan werken en wroeten tot we ons doel bereikt hebben.
Ik ben Paul VDB, sinds eigen heugnis trainer van atleten van allerlei pluimage, en met een eigenzinnige kijk op heel de sportwereld in al haar facetten.
In deze weblog komen dan ook heel wat vragen en mogelijke antwoorden aan bod.
Is Sven Nys al aan het trainen? Kan Luc Van Lierde ooit nog de Ironman van Hawaii winnen? Hoe bereidt Marc Herremans zijn volgende exploot voor? Hebben topsportscholen zin? Kunnen wij Belgen nog ooit medailles halen op de Olympische Spelen? Zijn voetballers lui? Gaat er te veel geld om in de sport en verdienen topsporters te veel? Verdienen Ben Berden en andere dopingzondaars nog een tweede kans? Moet een jonge wielrenner op zijn voeding letten? Wat gaat er schuil achter de glamour en de glitter van topatleten? Hoe machtig zijn de sportmedia? Kan topsport zonder doping? Hoe hebben de Canvaslopers de finish bereikt in New York?
Niets blijft onbesproken, geen enkele voorzet die jullie trappen mag doelloos voorbij vliegen.
Dat dus, en nog veel meer, van de man in het veld, in "Achter de schermen".