Is 50 jaar een keerpunt? Of ben ik al een tijdje op de terugweg? Waarschijnlijk wel. Eigenlijk wil ik het antwoord hierop niet eens weten. Waar ik wel zeker van ben is dat ik het grootste deel van mijn kwaliteitsjaren al heb opgebruikt. Hoewel, als mijn genen me niet in de steek laten zou er toch nog een mooie reserve voor me kunnen liggen. Mijn vader traint vandaag om in julisamen met zijn twee jongste kleinzonen de Mont Ventoux op te rijden. Hij is bijna 77 jaar oud… Mijn moeder, amper een paar jaar jonger, is pas echt gelukkig als ze al haar kinderen en kleinkinderen bij haar thuis verzameld krijgt rond de tafel. Als de hele troep samen is zijn we ondertussen met meer dan 30…
Ik heb de voorbije 50 jaar snel en gulzig geleefd. Misschien soms “te”.Ik heb me in allerlei projecten gestort en de sportwereld in al haar geledingen leren kennen. Ik heb heel veel beleefd, dikwijls uitzonderlijke, zelfs gekke dingen. Geen enkele sportemotie is me vreemd. Met de enen heb ik de hoogste toppen meegemaakt en met anderen het diepste dal. En ik heb vooral een heleboel geweldige mensen ontmoet, zowel binnen als buiten de sport. Sommigen zijn vrienden voor het leven geworden bij wie het altijd een beetje thuis komen is.Met hen heb ik een band opgebouwd die nooit of nooit zal verbroken worden.
Maar eigenlijk is dat alles maar mogelijk geweest door één dame achter de schermen. Die me twee kinderen heeft gegeven waarop ik fier ben. Die begreep dat ik er niet altijd kon zijn. Die me altijd gesteund heeft en met me meegeleefd heeft. Zeker tijdens de donkerste dagen en maanden van mijn coachloopbaan, in januari 2002 toen Marc Herremans zijn zwarte kaart had getrokken in LanzaroteDie wist dat ik toen en de volgende maanden vooral elders nodig was. Die mee met Marc en mezelf To Walk Again heeft opgericht en in goede banen heeft geleid. Zonder wie mijn leven er heel anders had uitgezien. Ik ben een “lucky man”.
Voor één dag vervang ik onze “Achter de Schermen” blogger. Polken is gisteren immers vijftig geworden. Lichtaart heeft het geweten. Marc Herremans had alles in alle stilte maar tot in de puntjes voorbereid. Wat als tof etentje met de naaste familie was begonnen werd een verjaardag die Paul nooit zal vergeten. Zijn beste vrienden verkleed als konijnen die op hun paasbest een huldelied voor hem brachten. En daarna zijn we er in gevlogen. Op zijn Pauls. Alles uit de kast. Ogen toe. Doorgaan. Een mooie verjaardag. Voor een man die rechtdoor gaat en altijd klaarstaat. Een gepassioneerd sportfan, een mooie mens met guitige ogen. Laat hem 100 worden.
Dinsdag loopt hij 40 min, donderdag 30 min en zondag staat er 4 maal 15 min geprogrammeerd, telkens onderbroken door 3 min stappen. Tijdens de voorbije weken deedhij trouwens al verschillende keren een rustige duurloop van 60 min. Verder fietst hij nog minstens 1 maal per week, op een heuse koersfiets dan nog. “Hij” is de in de september nog zo verguisde Koen Fillet. In november 2005 was hij nog een complete sportdilettant en schudde hij meewarig het hoofd als hij vreemd uitgedoste stervelingen zich lopend of fietsend zag afbeulen. Een marathondesillusie en een meniscusoperatie later voelt hij zich beter dan ooit in zijn vel en is vier keer per week sporten een must geworden. Hij is ingeschreven voor de 20 kilometer door Brussel en zondag vertrouwde hij me nog toe dat hij de hoop op een succesvolle deelname aan de marathon van New York in stilte koestert. Koen Fillet is een sportman geworden, gedreven om zijn grenzen stap voor stap te verleggen. Canvas heeft Koen aan het sporten gekregen. Definitief, zo lijkt het wel.En het mag gezegd worden: dat is een hele prestatie.
Eén van de meest ondergewaardeerde sportmannen in België is ongetwijfeld Gerrit Schellens. Zopas won hij voor de tweede maal de Ironman van Zuid-Afrika, en geloof me maar dat de tegenstand van meer dan respectabel niveau was. Schellens, ondertussen de 40 gepasseerd, moest wel, na 4 kilometer zwemmen en 180 kilometer fietsen, een marathon van 2 u 43 min uit de benen schudden om dit huzarenstukje tot een goed einde te brengen.
“Wat heeft Gerrit dan meer dan ik?” vroeg Luc Van Lierde me. “Ik luk er al jaren niet meer in te doen wat Schellens wel doet.”
Vandaag vond hij zelf het antwoord. Samen met Sven Nys reed hij onder het toeziend oog van minister Bert Anciaux en zijn topsportmanager Ivo Van Aeken de spiksplinternieuwe hypoxiekamer van het Topsport ABC in. Sven vertrok onmiddellijk nadien huiswaarts. Er wachtte immers nog een tweede training: twee uurtjes souplesse. Ook Luc moest nadien nog 100 kilometer trainen. Hij lummelde nog wat rond in Leuven voor hij naar huis vertrok. Rond 16.00u belde hij me. Uitvoerig deed hij zijn relaas over de voorbije voormiddag. “Zo dadelijk vertrek ik nog voor mijn 100 kilometer”, zei hij me. Sven lag toen al lang relax in zijn zetel. “Ik weet het”, zuchtte hij toen ik hem erop wees dat Sven zijn tweede training al achter de rug had. “Sven is duidelijk veel meer gestructureerd dan ikzelf. Bij hem is het trainen, rusten, trainen, rusten. Ik verlies te veel tijd. Ik heb gewoon te weinig … “Sven Nys””.
Gisteren kreeg ik een meer dan tevreden Mario Aerts aan de lijn. Hij reed, in dienst van de ploeg, een dijk van een Milaan-San Remo en naar eigen zeggen had hij van de eerste tot de laatste kilometereen supergevoel. De hele dag voelde hij amper zijn benen en in de rol van meesterknecht piloteerde hij Robbie McEwen over de ‘capi’, nu en dan zelfs op een ‘vrij actieve’ manier. Terwijl de één na de andere onder het overigens heerlijke gebeuk van o.a. Philippe Gilbert de rol moest lossen deed Mario dat met een ultieme krachtinspanning nog eens over op de Poggio, waardoor Robbie in ongeveer 20ste positie kon beginnen aan de afdaling. Zelf hield hij nog gemakkelijk stand in de fel uitgedunde kopgroep.
Ook in Parijs-Nice deed hij uitstekend werk voor Cadell Evans. Buiten het zicht van de camera’s haalde hij drinkbussen en reed hij in de lastigste ritten kilometers lang, de neuspal in de wind, met Cadell in zijn wiel. Om hem dan keurig af te zetten aan de voet van de laatste, beslissende klim. Zelf zette hij zich dan – opdracht volbracht – aan de kant, soms wel iets te vroeg. Naar mijn bescheiden mening dan toch.Ik mis misschien wel die alles verterende ambitie die hij wel had als jonge profrenner.
Laat er desondanks maar geen twijfel over bestaan dat Mario’s conditie uitstekend is. Alleen hoop ik dat hij dat in de komende weken eens wil, kan en mag etaleren voor het grote publiek. Hopelijk volgende zondag al in de Brabantse Pijl, of een week later in de zware Ronde van het Baskenland. Om daar top aan de start te komen staan er tijdens de volgende 14 dagen nog een 3-tal vrij zware Ardennentrainingen geprogrammeerd: deze week woensdag en dan nog eens volgende week dinsdag en donderdag. Ik hoop dat hij in het Baskenland het statuut van medekopman, naast Cadell Evan, kan afdwingen voor de Waalse klassiekers. Hij is nog niet versleten, en dat moet hij dringend eens laten zien.
Peter Croes bakte er in Mooloolaba met een toch wel onverwachte en anonieme 45° plaats en een veel te grote achterstand op de superieure Brad Kahlefeldt en vooral op de top-8 positie (iets meer dan 4 minuten) weinig of niets van. Veel minder alleszins dan datgene waarop ik had gehoopt, had gerekend. Down Under daarentegen scoorde met 4 Aussies en 3 Nieuw-Zeelanders in de top-10bijzonder goed in eigen contreien.
Het liep al compleet mis tijdens het zwemonderdeel. Peter verloor een kleine minuut op de eersten en was meteen op achtervolgen aangewezen. Nu ja, wat heet achtervolgen als voor je uit de allerbesten van de wereld, gegroepeerd in twee pelotonnetjes, met een rotvaart verder razen en verbeten knokken voor hun plaats op de Olympische startlijst. De achterstand liep tijdens het daaropvolgende anderhalf uur daarom alleen maar verder op, met uiteindelijk het gekende resultaat tot gevolg.
OfPeter na deze knock down zijn Olympische aspiraties al mag opbergen? Om de lieve dood niet. Het is om allerlei redenen een vrij turbulente winter geweest waardoor de mentale rust soms helemaal zoek was. Peter is bovendien nooit top in het voorjaar en het seizoen is nog lang. Ik weet dat hij de één of de andere keer met de eersten uit het water zal komen. En dan is er veel mogelijk. Maar als we zo met de neus op de feiten worden gedrukt moeten we, liefst wel heel vlug, een diepgaande evaluatie maken van dit wedstrijdresultaat en van de mogelijke oorzaken van dit toch wel complete falen. Om dan vanuit een heel nederige houding proberen terug te vechten. Ik weet zeker dat hij dat gaat doen als de eerste ontgoocheling weggespoeld is, dat hij tijdens de volgende weken en maanden op training zijn grenzen zal verleggen.Peter is dat aan zichzelf en aan zoveel mensen die in hem hebben geloofd tijdens de voorbije 10 jaar verplicht.
Dit zijn ze dan, Courtney Atkinson en Kris Gemell, een paar van de grote kanonnen in wiens zog Peter Croes zolang als dat ook maar mogelijk is overmorgen in het verre Mooloolaba zal moeten standhouden. En dat betekent simpelweg keihard zwemmen, attent met de besten meefietsen, een goede wissel uitvoeren van het fietsen naar het lopen, en dan van bij de eerste meter het gas open draaien tijdens de afsluitende 10 kilometer. Vooral niet toegeven aan de vermoeidheid, bijten en verbijten, aftellen, het tempo hoog houden tot de laatste meter, als het even kan zelfs versnellen. Gebruik maken van de minste zwakte van de tegenstrevers, vooral zelf niet verzwakken. Grenzen verleggen, om in de volgende wedstrijd nog beter te zijn.
Voor dit soort wedstrijden heeft Peter jaren geleden al gekozen, in de hoop en de overtuiging dat ze hem bij zijn Olympische droom konden brengen. De tijd van ervaring opdoen is voorbij, nu gaat het om de knikkers.
Maar toch moèt zondag nog niks. Het is nog vroeg op het seizoen, en er komen nog kansen. Zondag gaat het nog om wegen en gewogen worden. Maar stilletjes hoop ik al op een positieve balans. Croeske heeft er het talent voor…
De hypoxiekamer in het Topsport ABC is af. “In deze uitvoering is deze kamer waarschijnlijk wel enig in de hele wereld”, zei professor Peter Hespel me daarstraks nog met enige (gepaste) fierheid. Onder alle mogelijke klimatologische omstandigheden (hoogte, hitte en vochtigheid) kan er deze ruimte gelopen, geroeid en gefietst worden. Ongeveer 8 atleten kunnen er tegelijkertijd trainen, en buiten de kamer kunnen op een aantal schermen van iedere atleet een aantal gegevens zoals hartslag, snelheid, vermogen, en zuurstofsaturatie in het bloed worden gevolgd. De trainings- en testmogelijkheden zijn haast onuitputtelijk. Volgende week dinsdag wordt deze kamer officieel ingehuldigd door de Minister van Sport. Maar voor sommige atleten hebben we nu al een planning voor het gebruik van deze schitterende accommodatie opgemaakt.Het lijkt wel een pretpark voor iedere trainer die op zoek is naar nieuwe en revolutionaire trainingstechnieken. Een beetje Bobbejaanland in de KULeuven.
1977, de eerste Memorial Ivo Van Damme. Ik was erbij, ergens halfweg in de tribune ter hoogte van de start van de 100 meter. Ik was één van de 45.000 toeschouwers die, als ze het toen al niet waren,atletiekfan geworden zijn. Voor altijd. Ik was één van de 45.000 toeschouwers die met de krop in de keel, met tranen in de ogen en zelfs op de wangen, in doodse stilte toekeken hoe Alberto Juantorena van het hoogste schavotje kwam, zijn medaille om de nek van vader Van Damme hing en deze langdurig omhelste. De Cubaanse reus leek, neen,was machteloos bij het immense verdriet van een vader die zijn zoon nog niet zolang geleden verloren had. Ik was één van de 45.000 toeschouwers die toen in en door die stilte hulde bracht aan en afscheid nam van één van onze allergrootste atleten, van Ivo Van Damme die zonder twijfel de grootste atleet ooit in België zou geworden zijn.
Vandaag ben ik triest. Triest om wat Canvas gisteren toonde over Ivo Van Damme. Triest om de manier waarop Mon Van den Eynde en Ivo zelf geportretteerd werden. Triest om de foute speculaties over het hoe en het waarom van Ivo’s ongeval. Triest om de expliciete verwijzing naar mogelijk dopinggebruik. Triest omdat sportjournalistiek onder het mom van onderzoeksjournalistiek verworden is tot riooljournalistiek. Om de lieve kijkcijfers. Triest omdat we met de dopinginsinuaties in HLN het absolute dieptepunt dan toch nog niet bereikt hadden. Patrick Lefevere en Yvan Van Mol hebben tenminste nog kans en recht op een wederwoord. Ivo en Mon hebben dat niet meer. ’t Is triest, ’t is een schande. ’t Is een trieste schande.
Ik ben Paul VDB, sinds eigen heugnis trainer van atleten van allerlei pluimage, en met een eigenzinnige kijk op heel de sportwereld in al haar facetten.
In deze weblog komen dan ook heel wat vragen en mogelijke antwoorden aan bod.
Is Sven Nys al aan het trainen? Kan Luc Van Lierde ooit nog de Ironman van Hawaii winnen? Hoe bereidt Marc Herremans zijn volgende exploot voor? Hebben topsportscholen zin? Kunnen wij Belgen nog ooit medailles halen op de Olympische Spelen? Zijn voetballers lui? Gaat er te veel geld om in de sport en verdienen topsporters te veel? Verdienen Ben Berden en andere dopingzondaars nog een tweede kans? Moet een jonge wielrenner op zijn voeding letten? Wat gaat er schuil achter de glamour en de glitter van topatleten? Hoe machtig zijn de sportmedia? Kan topsport zonder doping? Hoe hebben de Canvaslopers de finish bereikt in New York?
Niets blijft onbesproken, geen enkele voorzet die jullie trappen mag doelloos voorbij vliegen.
Dat dus, en nog veel meer, van de man in het veld, in "Achter de schermen".