Morgen vertrekt Peter Croes voor 4 weken naar Australië. Op 25 maart zal hij er in Mooloolaba deelnemen aan de eerste wereldbekerwedstrijd van het nieuwe triatlonseizoen. Ik bekeek net even de startlijst. Haast heel de wereldtop tekent present. Logisch, want vanaf nu is de speeltijd voorbij. Iedere triatleet met Olympische ambities weet dat er keihard geknokt zal moeten worden voor een ticket richting Peking.
De opdracht is niet dus simpel voor Peter. Om te mogen deelnemen aan de Olympische Spelen zal hij eerst en vooral – dit is de selectienorm van de International Triathlon Union (ITU) - in de top-53 van de Olympische ranking moeten staan. Dat mag en zal geen probleem zijn. Momenteel staat hij 33° op deze lijst. Maar daarnaast moet hij, nu voor het BOIC, ofwel twee top-8 plaatsen halen in een wereldbekerwedstrijd (één keer dit jaar en nog één keer volgend jaar), ofwel finishen bij de top-8 in het Europese kampioenschap of de top-16 in het wereldkampioenschap. Het zijn harde, maar logische selectienormen. Een triatleet die niet voldoet aan deze normen heeft in Peking immers niets te zoeken.
Voilà, we weten waar we voor staan. Persoonlijk denk ik dat een top-16 op het W.K. de best haalbare kaart is. Twee jaar geleden werd Peter al eens zeventiende op dit kampioenschap, in een verschroeiende hitte op het Olympische parcours in Peking. Toen al, nog maar 21 jaar oud, liet hij zien dat hij heel wat in zijn mars had. Maar achter alles koopt hij daar niks mee. Het gaat om de resultaten van dit jaar. Nu moet hij al het goede dat hij ooit al heeft laten zien bevestigen.
De laatste maanden hebben we vooral het accent gelegd op de looptraining. Om mee te spelen met de grote jongens moet hij in staat zijn om, na 1.5 km zwemmen en 40 km fietsen wel te verstaan, een 10 km te lopen in om en bij de 31 minuten. Geloof me, dat is een verschroeiend tempo.Nooit trainde Peter tijdens de wintermaanden zo hard voor het looponderdeel. Ten opzichte van de vorige jaren werd zowel het trainingsvolume als de trainingsintensiteit fel opgedreven. Ik ben benieuwd of deze trainingsaanpak succes zal hebben. Zelf denk ik dat het nog een beetje vroeg is om hiervan in Australië al de vruchten te plukken. Maar Peter’s resultaat in Mooloolaba kan al we een indicatie geven of de Olympische droom in 2008 een realiteit kan worden. Peter kan in Down Under dus maar best de gas opendraaien. Helemaal.
Ergens halfweg de jaren negentig werd ik trainer in het semiprofessionele wielerteam van Eddy Merckx. Heel wat renners die naam en faam hadden in de jeugdcategorieën kwamen toen in dat team terecht om onder het toeziend oog van Valerio Piva opgeleid te worden tot volwaardig profrenner. Gedurende al die jaren dat dit team heeft bestaanwaren er velen die zich toe geroepen voelden en ook geroepen werden. Maar als ik vandaag terug kijk op die jaren moet ik toegeven dat het aantal renners dat, ondanks alle inspanningen van de sponsors en de inzet en goede bedoelingen van het hele begeleidingsteam, uiteindelijk een volwaardige profcarrière heeft uitgebouwd beperkt is. Veel te beperkt. Dan moet ik ook toegeven dat de soms indrukwekkende prestaties en dominantie bij de beloften zelden een verlengstuk kenden eens de stap naar de profs was gezet.
Eén van de toenmalige “vedetten” uit ons team was Steve Dewolf, toch wel een klasbak die nadien aan de zijde van een toen nog superieure Frank Vandenbroucke toch nog een kortstondige, maar mooie periode heeft meegemaakt bij Cofidis.
In januari ’95 of 96’ trok Steve naar Mallorca op trainingskamp met het Duitse Telekomteam. Toen hij terug kwam had hij de trainingsschema’s bij van deze ploeg. Hoewel ik ze jammer genoeg heb verloren, herinner ik me dat deze schema’s redelijk indrukwekkend waren. Steve was vooral ook onder de indruk van een stugge, jonge renner uit het voormalige Oostblok, gewezen wereldkampioen ook bij de amateurs. Haast dagelijks maalde hij 200 kilometer af, en om aan kracht te winnen reed hij bergop met een fenomenaal groot verzet. De naam van deze krachtmens en trainingsbeest was Jan Ullrich. Misschien is het wel van dat moment af dat ik een (on)voorwaardelijke fan werd van “der Jan”.Gisteren, twaalf jaar later, viel het doek over de bijzonder kleurrijke carrière vande renner die het wielrennen, veel meer nog dan Didi Thurau en Erik Zabel, groot maakte in Duitsland.Misschien is het wel best zo, maar dat Ullrich daarmee de enige lijkt te zijn die het gelag betaalt van Operacion Fuentes laat me achter met een wrange nasmaak.
Voor het eerst in mijn trainerscarrière word ik echt geconfronteerd met atleten die naar de Olympische Spelen van Peking willen en bijzonder hard gaan moeten knokken om het ticket hiervoor te bemachtingen. Sven Nys, Peter Croes, Joeri Jansen … allemaal hebben ze Olympische aspiraties.
De selectienormen zijn niet mals. Top-8 plaatsen op wereldbekerwedstrijden en Europese kampioenschappen, een top-16 plaats op het wereldkampioenschap, bijzonder strenge limiettijden…Dat allemaal om aan het grootste sportfeest ter wereld te mogen deelnemen. Het lijkt vanuit een luie zetel een pak gemakkelijker dan het in werkelijkheid wel is. De weg naar Peking ligt bezaaid met heel wat hindernissen, en er zijn heel wat klippen te omzeilen. Naarmate 2008 nadert wordt de druk, haast dag na dag, meer en meer opgevoerd.
Het is niet altijd even gemakkelijk om met die druk om te gaan. Voor de ene is het al wat gemakkelijker dan voor de andere. Voor Joeri Jansen en Peter Croes is het halen van de Spelen op zijn minst richtinggevend voor hun verdere sportcarrière. Deelname aan de Spelen is voor deze atleten zeker haalbaar, maar misschien minder evident dan pakweg drie jaar geleden logischerwijze, op basis van hun toenmalige prestaties, kon worden ingeschat. Ongetwijfeld speelt zo nu en dan door hun hoofd “wat indien niet…” Zij hebben hun lot wel in eigen handen. Zij hebben immers het potentieel om te slagen, laat daar vooral geen twijfel over bestaan. Ik geloof alleszins in hen. Er rest hun nog een aantal maanden om het te bewijzen.
VoorSven Nys liggen de kaarten enigszins anders. Ook hij wil absoluut naar Peking, maar het ticket is voor hem hoe dan ook niet van levensbelang. Voor Sven is het veeleer een bijkomende opportuniteit.Mocht hij zijn ticket niet halen, dan heeft hij nog altijd zijn “core-business”, het veldrijden. Bovendien gaat hij volgende winter alleszins de vruchten plukken van een vernieuwde en vernieuwende trainingsaanpak. Hij gaat proberen op een verantwoorde manier zijn lichaamsgewicht naar beneden te brengen en hij gaat keihard en heel beredeneerd trainen in kunstmatig opgewekte zuurstofarme en warme omstandigheden. Er gaan allerlei analyses uitgevoerd worden op zijn zweet, in de hoop om zo advies te kunnen formuleren dat hem in staat moet stellen ook in warme omstandigheden op topniveaute presteren. Bovendien ben ik er zeker van dat de mountainbikewedstrijden hem nog een pak sterker gaan maken. Voor hem is het op het einde van de rit, wat er ook van zij, een winsituatie.
Soms stel ik me vragen bij het IQ van diegenen die het voor het zeggen hebben in de sportwereld. Ik heb sterk de indruk dat er daar heel wat rondlopen die, naast gloriolitis,chronisch last hebben van een onomkeerbare neiging tot zelfdestructie. In het voetbal blijkt het zo een diep gewortelde gewoonte te zijn om enerzijds veel te veel te betalen aan fel overschatte pseudovedetten en anderzijds veel te weinig aan het RIZIV, aan groepsverzekeringen, aan trainers die op de keien worden geschopt en aan wat weet ik nog meer. De gevolgen laten zich raden. Een resem rechtzaken, schadeclaims die in de miljoenen lopen, dreigende en effectieve faillisementen, nog jonge, veel te vroeg tot de godenstand verheven voetballers die, nadat hun hoofd nog eens extra gek is gemaakt door geldruikende managers, “eerst zichzelf moeten terugvinden”, clubs die van gigantische maandlonen afwillen van Belgische “topspelers” die getypeerd worden als “grote mond, groot geld, weinig zweet”. Lessen uit het verleden schijnen niet te helpen, en ik vrees dat – als het zo verder gaan – er op een dag geen lessen meer te trekken zijn. Het water staat al aan de lippen van heel wat clubs, en ondertussen wordt er maar water bijgepompt.
In het wielrennen is het al niet veel beter. Nog voor de bom van “Operación Fuentes” goed en wel onschadelijk is gemaakt wordt er al een nieuwe gefabriceerd, ééntje van eigen makelij, door de UCI en de ASO zelf. ’t Is er eentje met nucleaire proporties.Absoluut niet gehinderd door enig besef welk een ravage ze aan het aanrichten zijn in de moderne wielersport gaan beide organisaties vrolijk met elkaar in de clinch in een machtspelletje dat alleen maar verliezers zal kennen. Ze hebben elkaar zo bij de strot dat ze beiden alleen maar een langzame wurgdood kunnen en zullen sterven. Dit moet vooral bijzonder leerrijk zijn voor sponsors die, ondanks alles, toch nog geïnteresseerd zijn of waren in wielersponsoring. Misschien komen ze zo stilaan tot het besef dat ze hun geld misschien wel beter elders kunnen besteden.
Het veldritseizoen is haast naadloos overgegaan in het wegseizoen. Sven Nys is met vakantie vertrokken naar de Dominicaanse Republiek. Mijn aandacht kan nu helemaal gaan naar de wegrenners die ik onder mijn hoede heb. Mario Aerts is er één van. Hij heeft bijzonder hard en goed getraind tijdens de afgelopen winter. Hij zochttijdens veelvuldige stages in het buitenland het goede weer op om zijn kilometers af te malen. Ik heb hem daarstraks nog aan de lijn gehad. Hij zat nog aan de ontbijttafel, ergens verweg in Californië. Hij is daar aan de slag in de plaatselijke ronde. “Het gaat redelijk”, antwoordde hij op mijn vraag hoe het ging. Op de zwaarste hellingen schiet hij, naar eigen zeggen, nog net tekort om met de allerbesten mee te kunnen als ze echt “à bloc” rijden. Dat zal nog wel veranderen. Deze etappewedtrijd dient als laatste specifieke voorbereiding op het grotere werk, en na afloop ervan zou hij stilaan zijn beste vorm moeten te pakken krijgen. Zijn eerste echte doel is Parijs-Nice. Hij eindigde daarin al eens 2 maal in de top-tien, in 2001 (6°) en in 2002 (9°).
Via trainingpeaks.com kan ik hier dag na dag perfect volgen hoe zijn wedstrijden verlopen. Ik krijg, naast een heleboel ander informatie, via die website een zicht op het grafische verloop van zijn hartslag, snelheid, trapfrekwentie en geleverd vermogen. Bijzonder leerrijk.Verder kom ik zo bijvoorbeeld over de rit van vorige woensdag onder andere de volgende informatie te weten:
·Afgelegde afstand: 160.13 km
·Kalorieverbruik: 3265 Kcal
·Gemiddeld vermogen: 217 Watt
·Piekvermogen: 879 Watt
·Gemiddelde snelheid: 38.79 km/u
·Maximale hartslag: 186 slagen/minuut
Ik zie ook dat hij tijdens de zwaarste beklimming gedurende 20 minuten met een gemiddelde hartslag rijdt van 182 slagen/minuut. Dat is helemaal overeenkomstig de hartslagen die hij liet optekenen tijdens de beklimmingen van de Tour 2002 toen hij twee maal 2° eindigde in een bergetappe en op diezelfde plaats strandde in de eindstand van het bergklassement. Als ik me niet vergis was dat na Laurent Jalabert. Ik hoop dat hij opnieuw kan aanknopen met die prestaties van vijf en zes jaar geleden. Mocht dat niet zo zijn heeft hij zich niks te verwijten. Ik kan het weten.
Vorige zondag eindigde het veldritseizoen. Sven vond in Oostmalle niet meer de mentale kracht om voor de laatste keer nog eens extra diep te gaan.Daags voordien in Vorselaar lukte dat nog wel. Sven had daar trouwens – nog maar eens - zo zijn redenen voor. Soms maken anderen het werk van de coach zo simpel. Meer nog, ze nemen het – zij het ongewild – bij momenten helemaal over. Peptalk is dan helemaal niet nodig. Met dank aan al diegenen die menen dat ze het bij het rechte eind hebben als ze zeggen dat Sven’s seizoen niet echt geslaagd is, en vooral dan aan diegene die dit nog eens breed wil uitsmeren in de pers. Niet dat Niels Albert de zege in deze laatste cross niet verdiende, of zomaar op een presenteerblaadje kreeg aangeboden. Voor de zoveelste keer etaleerde hij met zwier en lef zijn grote klasse. Hij en Lars Boom gaan het volgende wedstrijdseizoen het veldrijden ongetwijfeld spannender maken, misschien zelfs nog populairder dan het nu al is.
Sven vertrekt vrijdag op verlof. Meer dan tevreden over de voorbije maanden en nu al met zijn blik richting Peking. Samen met dokter Leinders van de Rabobank hebben we vorige week al zijn volledige zomerplanning die hem een stap dichter bij deze stad moet brengen uitgewerkt. Eén van de key-points die tijdens dit gesprek ook aan bod kwamen was dat Sven zijn kansen op kwalificatie voor de Olympische Spelen zou verhogen mocht hij enkele kilo’s minder wegen. Daarom werd vandaag zijn vetpercentage door prof. Goris van de Faculteit Bewegings- en Revalidatiewetenschappen (FABER) heel nauwkeurig via onderwaterweging bepaald. Nu weten we dat Sven nog ongeveer 2 kg lichaamsgewicht mag verliezen. Meer niet, wil hij geen afbreuk doen aan zijn prestatiepotentieel. Dit gewichtsverlies zal ook heel geleidelijk moeten gebeuren. We kunnen ons geen gekke dingen veroorloven. Over een viertal weken, als Sven goed en wel terug is van verlof, staat er een nieuwe meting geprogrammeerd. Er mag dan niks bijgekomen zijn. Liefst van al zouden we zelfs al een lichte daling van het vetpercentage zien. De voorbereiding op de kwalifcatie voor de O.S. is al begonnen. Vandaag.
Joeri Jansen staat volgend weekend voor een beslissende wedstrijd. Beslissend voor zijn deelname aan het E.K. atletiek indoor, mogelijk zelfs beslissendvoor zijn verdere sportcarrière. Nadat hij in september te horen had gekregen dat zijn contract met BLOSO niet zou verlengd worden wegens het niet realiseren van de resultaatverbintenis werd hij door toedoen van de Minister van Sport zelf opgevist door Atletiek Vlaanderen voor een periode van 5 maanden, met als nieuwe resultaatverbintenis een top-5 op het Europese kampioenschap indoor. Joeri was geprikkeld. Daarom trainde hij tijdens de voorbije wintermaanden als een bezetene. Tests die we deden op het TOPSPORT ABC wezen uit dat de trainingen perfect verlopen waren. Perfect, tot vlak voor het begin van het indoorseizoen dan toch. Toen gooide een al te lang aanslepende bronchitis, gepaard gaande met koorts, gitzwarte roet in het eten. Een opgave in de Flanders Indoor te Gent en de week nadien nog eens in Valencia waar hij - misschien tegen beter weten in - toch nog van start ging, waren het niet onlogische gevolg. Eergisteren, op het Belgische kampioenschap, ging het al een heel stuk beter. Joeri miste nipt de kwalificatie. Hij liep 3’44”07, terwijl 3’43” de norm was. Er blijft nog één kans om de kwalificatienorm voor het E.K. te halen, volgend weekend. Het kan, het moet en het zal. Joeri weet het. ’t Is er op of er onder in misschien wel de belangrijkste wedstrijd van zijn carrière. Ik heb er in ieder geval vertrouwen in.
Voor Kathleen De Caluwe was het verdict al veel vroeger gevallen. Na enkele pechvolle jaren waarin ze geremd werd door blessures verdwijnt één van de Belgische leading ladies uit het atletiekcircuit. Maar ondanks het feit dat ze al lang wist dat haar contract niet zou verlengd worden slaagde ze er toch nog in om in haar allerlaatste wedstrijd – weliswaar bij afwezigheid van Kim Gevaert – Belgisch kampioene te worden op de 60 meter. Nota bene in een tijd zoals in haar beste jaren. Het pleit voor Katleen dat ze tot de laatste dag is blijven trainen. Klasse, zonder meer.Haar afscheid is een beetje ongemerkt voorbij gegaan. Een beetje jammer voor een atlete die in 2004 nog de finale van de 4x100 meter liep op de Olympische Spelen van Athene. Het ene afscheid is het andere niet…
Sport is emotie. Als er daarover nog twijfels waren, dan werden die gisteren tijdens Kim's afscheid van “haar” Belgisch publiek voor eens en voor altijd onder de mat geveegd. Niemand van de 15.000 aanwezigen bleef onberoerd bij de tranen van Kim. Tranen om het besef dat het einde van haar schitterende carrière nu echt wel in zicht is, maar ook tranen om de moeilijke jaren die ze zowel sportief als privé heeft doorgemaakt. “Het is de laatste jaren niet gemakkelijk geweest” gaf ze zelf aan. Ik geloof haar. Ik heb het al zo dikwijls meegemaakt met topsporters. Achter al die overwinningen en trofeeën, achter al dat prijzengeld en televisieoptredens, achter heel die facade van glitter and glamour schuilen veelal heel gewone, kwetsbare en dus ook gevoelige mensen. Gevoelig voor lofzang, voor kritieken, voor de kleine en grote dingen van iedere dag. In het geval van Kim ook heel gevoelig voor de veel te harde, dikwijls vernietigende en onterechte kritiek voor net diegene die er altijd was voor haar en er altijd zal zijn.
Toen Kim’s tranen overgingen in snikken en stokkende stem, en ze daar een beetje hulpeloos stond temidden van 15.000 geëmotioneerde toeschouwers en met de camera’s om haar heen, hoopte ik dat Carl Huybrechts zou ingrijpen. Amélie Mauresmo zat erbij en keer ernaar, een beetje onbegrijpend, haast gegeneerd. Zij veronschuldigde zich zelfs dat ze de wedstrijd gewonnen had, dat ze daarmee het feestje van Kim had verknald.
Als Amélie later, lang na háár afscheid, aan vrienden en familie haar gouden racket nog eens toont, ben ik er zeker van dat ze er een heel emotioneel verhaal bij zal vertellen. Het verhaal van het afscheid van Kim.
Vandaag fietste Sven Nys, zoals verwacht, naar zijn dertigste overwinning en haalde hij bovendien een haast magische acht op acht in het superprestigecircuit. Een absoluut record. Morgen komt er misschien nog ééntje bij, en het hadden er nog wat meer kunnen zijn. Sven reed zijn sterkste seizoen ooit. Zij die week na week, keer op keer opnieuw, zijn suprematie ondergingen weten dat. Heel goed zelfs.Sven werkte zonder meer een schitterende campagne af. Om God weet welke reden is niet iedereen het daarmee eens.
‘Ik moet hartelijk lachen als ik Nys hoor zeggen dat zijn seizoen bijzonder geslaagd is. Onzin.’ dixit Hans van Kasteren vandaag in de Gazet van Antwerpen.
Mooi Hans, dan zijn we met velen die hartelijk moeten lachen, en zo blijft iedereen tevreden. Ook als het eens wat minder gaat.
Soms is het goed om even af te kicken van de dagdagelijkse (sport)beslommeringen en andere horizonten te verkennen. Sinds 1 januari houd ik de donderdagavond vrij voor dergelijke extrasportieve verruiming. Gisteren doken we daarom gezwind “In bed met De Mens”. Het werd een prachtig avondje met een subtiele mix van intimistische songs van Frank Vanderlinden en het betere rockwerk. Toen Frank Vanderlinden ons op het einde nog eens verraste met een intieme versie van “Irene” kon het al helemaal niet meer stuk. Heerlijk.
Ik ben Paul VDB, sinds eigen heugnis trainer van atleten van allerlei pluimage, en met een eigenzinnige kijk op heel de sportwereld in al haar facetten.
In deze weblog komen dan ook heel wat vragen en mogelijke antwoorden aan bod.
Is Sven Nys al aan het trainen? Kan Luc Van Lierde ooit nog de Ironman van Hawaii winnen? Hoe bereidt Marc Herremans zijn volgende exploot voor? Hebben topsportscholen zin? Kunnen wij Belgen nog ooit medailles halen op de Olympische Spelen? Zijn voetballers lui? Gaat er te veel geld om in de sport en verdienen topsporters te veel? Verdienen Ben Berden en andere dopingzondaars nog een tweede kans? Moet een jonge wielrenner op zijn voeding letten? Wat gaat er schuil achter de glamour en de glitter van topatleten? Hoe machtig zijn de sportmedia? Kan topsport zonder doping? Hoe hebben de Canvaslopers de finish bereikt in New York?
Niets blijft onbesproken, geen enkele voorzet die jullie trappen mag doelloos voorbij vliegen.
Dat dus, en nog veel meer, van de man in het veld, in "Achter de schermen".