Het was vorige week zaterdag volop genieten tijdens het Golden High Jump Gala in Brussel. Wie een jaar geleden zou verteld hebben dat honderden enthousiaste toeschouwers uit de bol zouden gaan en de Mexican wave zouden inzetten voor Tia Hellebaut, zou voor gek versleten zijn. En toch is het realiteit. We hebben een heuse atletiekvedette die de lat voor de Spelen in Peking letterlijk en figuurlijk hoog mag leggen. Heel hoog. Sinds begin vorig jaar springt ze op wolkjes, en nergens ontgoochelt ze. Ook zaterdag niet. Met een sprong over 2 meter versloeg ze een groot deel van de huidige -soms al te ranke- wereldtop en gaf ze de aanwezigen waar voor hun geld.
Ik raakte in de marge gefascineerd door de communicatie tussen Tia en haar coach, tevens partner Wim Vandeven. Na iedere sprong zocht en vond haar blik Wim, die kort, rustig, vriendelijk en op een haast stereotiepe manier feedback gaf. Hij eindigde altijd met een bemoedigend knikje en een knipoog, waarna hij zeker van zijn stuk wegwandelde. Geen zenuwachtig of opgefokt gedoe. Hij straalde rust uit en bracht die over op Tia. Knap Ik kan daar nog wat van leren.Misschien wordt Sven dan wel…
Tia’s prestaties van het voorbije jaar zorgden ook voor een schijnbaar onoplosbaar luxeprobleem. Voor de Waalse atletiekliga was het blijkbaar onbespreekbaar om een gedeelde gouden spike toe te kennen, zodat Kim Gevaert met haar twee gouden Europese medailles alsnog tekort schoot om, samen met Tia, deze hoogste atletiekonderscheiding binnen te halen. Jammer.
Als leraar in de sportafdeling van het Rozenberg S.O. te Mol heb ik jarenlang het vak Sport en Maatschappij gegeven. Een hoofdstuk is gewijd aan “Sport en media”. Hierin probeer ik mijn leerlingen duidelijk te maken dat de media een grote macht hebben, dat die macht wel eens misbruikt wordt. Dat de media opiniemakers zijn en dat bij het weergeven van interviews soms wetens en willens zinnen uit de context worden gerukt. In één week tijd heb ik meer documentatie over dit soort machtsmisbruik kunnen verzamelen dan ooit te voren. Met dank hiervoor aan Maarten Michielssen.
Voor mijn part mag heel de dopingstal uitgemest worden, niet alleen in het wielrennen, maar in alle sporttakken. Maar vooral niet op de manier zoals dat nu wordt gedaan in HLN. Het “staalharde” bewijs waarmee MM schermde blijkt een zoveelste slag in het ijle en in het water te zijn, vooral ook een slag onder de gordel. Ik heb de uitgetikte tekst van het telefoongesprek tussen Ivan Sonck en Yvan Vanmol gelezen, en nergens, maar ook nergens verklaart dr. Vanmol dat hijzelf groeihormoon heeft toegediend of dat hij op de hoogte was van het gebruik van dit product binnen het MAPEI-team. HLN brengt bovendien niks nieuws. Ikzelf heb in 1995 in het programma Ter Zake trouwens bevestigd dat ik weet had van dopinggebruik in de sportwereld. Het tegengestelde beweren zou trouwens nonsens geweest zijn. Iedereen die in het sportmilieu zit hoort en weet dit, zonder dat dit echt te bewijzen is. Er wordt begrijpelijkerwijze niets op papier gezet. Ook op dit ogenblik blijft het gonzen van geruchten over het gebruik van groeihormoon en IgF-1 in de sportwereld. Nadien is al wat in dat duidingprogramma gezegd werd ook uitgekomen. De zaak Festina, de positieve controles van zovele toprenners en topatleten, de zaak Fuentes…voldoende toch, of niet? Ook toen, ten tijde van die bewuste televisieuitzending, is er heel wat stof opgewaaid. In die context had ik in december 1995 een vertrouwelijk gesprek met dr Vanmol. Ik kan hier alleen maar bevestigen dat dr. Vanmol zich toen formeel afzette van het toedienen van groeihormoon, dat hij er geen enkele weet van had dat dit product effectief prestatiebevorderend zou kunnen werken, en dat het gezien de niet gekende uitwerking op het lichaam op korte en lange termijn deontologisch onverantwoord zou zijn dit toe te dienen. Pleit ik hiermee dr Vanmol vrij? Het is niet aan mij om daarover te oordelen. Men neme deze getuigenis voor wat ze waard is. In ieder geval is ze niet anoniem.
Het was bijltjesweek in de Belgische sportwereld. Tijdens de voorbije dagen vielen zeals vliegen: Patrick Lefevere van zijn wielertroon, J-M Dedecker van zijn voetstuk. Sven Nys, Bart Wellens, Erwin Vervecken en quanti tutti van hun fiets, Emilio Ferrera, Marc Degryse en Franky Van der Elst uit de gratie van Michel D’Hooghe en van de Clubsupporters. Ik zag de ene weer recht veren, de andere moeizaam recht krabbelen. Sommigen liggen er nog steeds, schijnbaar uitgeteld en groggy. Ze gaan het moeilijk krijgen om er weer bovenop te komen. Ik vermoed dat er hoe dan ook hier en daar oplapwerk nodig zal zijn. Ik zag in Hooglede vooral ook veel misplaatst leedvermaak, ziek makend gelach en haast dierlijk gehuil bij de pech van sommigen, vooral dan van de buitenlandse renners. De sportiviteit was ver zoek, zelfs onbestaande bij een horde bezopen minder begaafden die zichzelf in een zoveelste vlaag van zinsverbijstering verkeerdelijk supporters noemen. Verdomd jammer…
Misschien is het wel zo dat de druk van het W.K. van Sven kortstondig, gedurende 60 luttele minuten, een andere renner maakt. Minder strijdvaardig, vlugger uit zijn lood geslagen. Zonder die buitelingen over Wellens en Vervecken had het er wellicht (heel) anders kunnen uitzien, maar toch… 35 seconden hadden geen onoverbrugbare achterstand geweest voor een goede, agressieve Sven Nys. Denken we maar aan Hofstade en Loenhout vorig jaar en aan de SP-wedstrijd in december in Hamme-Zogge. Ik zag Sven vandaag te veel “taffelen” in het zand, te weinigsnedig op de hellingen. Ik begrijp hem wel. Hij was de logische superfavoriet, en met 24 overwinningen kon en mocht hij alleen maarrijden om niet te verliezen. De de anderen reden om te winnen. Het gaat om een kleine nuance die toch een pak scheelt op de mentale veerkracht. Die twee eerste valpartijen deden die veer knappen, de derde tuimelperte gaf de genadeslag. Misschien moeten we accepteren dat het W.K. niet echt iets is voor Sven, en moet hij zijn trui van Sankt-Wendel wel koesteren als een uniek en dierbaar kleinood. Dat is echt geen schande voor een renner die zijn generatiegenoten overvleugelt zoals alleen de allergrootsten hem dit voordeden. Behalve dan die ene dag. Dan nemen anderen het voortouw. Zoals Erwin Vervecken dat vandaag en vroeger nog al deed. Alle omstandigheden in acht genomen reed Erwin een prachtig kampioenschap. Ook hij kreeg zijn deel van de pech, en toch bleef hij knokken voor iedere seconde, voor iedere meter. Met het gekende resultaat. Dat verdient alleen maar respect en bewondering.
Het is weer voorbij. Woensdag worden de degens weer gekruist in Maldegem, en zaterdag mag Sven de nieuwe wereldkampioen partij gaan geven in diens thuishaven. Luttele tijd na zijn desastreuze wedstrijd zag hij het trouwens weer helemaal zitten. Sven gaat er nog een paar keer invliegen.
En dan nog iets. Precies 5 jaar geleden, op 28 januari 2002, om 17.55 u,belde één van mijn atleten me op. Ook hij was gevallen met de fiets. Sindsdien is hij nooit meer op eigen kracht, zonder hulpmiddelen, kunnen rechtstaan. Als ik ook maar 1/100 van een seconde aan dat telefoontje denk, als ik me ook maar 1/100 van een seconde de spirit van die gast voor de geest haalt, dan vind ik het echt niet dramatisch wat er vandaag gebeurd is. Dan denk ik gewoon: volgende week is er weer een nieuwe wedstrijd.
Ik heb zonetSven aan de lijn gehad. En ja, het gaat goed met hem. Hij is de rust zelve. Met dank aan HLN. De heisa van de voorbije dagen heeft hier immers toe bijgedragen. Minder aandacht voor het veldrijden, minder interviews, en daarom ook minder druk. Maar wat heet druk?Sven weet wat hem zondag te doen staat. Niks meer of niksminder dan al die andere zondagen. Hij moet gewoon zijn eigen wedstrijd rijden, vermijden dat het tot een tactisch gehakketak komt. Aanvallen moet hij, druk uitoefenen, de tegenstand naar adem doen happen. Dat kan hij beter dan de anderen, of zie ik dat fout?
Ik verdwijn nu voor twee dagen. Ook de coach mag een beetje rust zoeken en vinden. Hoe dan ook zal ik maandag, wat ook het resultaat is, meer dan genoeg te bloggen hebben.
“Het gezeur over het nakend ontslag van Emilio Ferrera moet ophouden.” (…) “Ferrera nu wegsturen, zal even weinig opleveren als het op de keien zetten van zijn voorganger.” Dat schrijft François Collin in zijn column van 23 januari in De Standaard. Mooi, zou je denken. Ferrera heeft steun gevonden, en die jongen kan het wel gebruiken. Mis, helemaal mis. Collin laat bovenstaande uitspraken vooraf gaan door minstens 10 redenen waarom “Clubtje” Emilio wel zou moeten ontslaan, en liefst heel, héééél rap. Hoewel Collin hier iets subtieler te werk gaat – ik zou bijna zeggen menselijker - dan Michielssen in zijn raid tegen Patrick Lefevere, blijft ook hier geen spaander heel van de Brugse trainer. Deze is “ in de dugout een vage verzameling van oogknipperingen, klopjes, schommelingen, draaiingen en verschuivingen geworden.” Jan Ceulemans is voor minder ontslagen, het voetbal dat door zijn team gebracht wordt is droog als gort, financieel en zwaar prestigeverlies voor de club komen gevaarlijk dichtbij, Bosko Balaban thuis laten was echt niet slim, hij mist compleet het intuïtieve van Ceulemans…Meer moet dat niet zijn, of toch wel?
De grens tussen machtswellust en sportjournalistiek is soms vaag, te vaag. Sportjournalisten slaan en zalven, maken en kraken. Dikwijls subtiel, soms expliciet. Ze kennen de snelste weg naar de hel en de hemel. Sommigen kiezen voor een frontale aanval, anderen voor een sluipende guerillaoorlog. Wat is erger? Sport beroert de massa, ongeacht rang, stand of leeftijd. De macht van de sportmedia is dan ook beangstigend, voor sommigen vernietigend. Mag een opinie gevormd worden? Ja! Hebben we recht op backgroundinformatie? Ja! Mogen wantoestanden aangeklaagd worden? Ja! Maar het spel moet altijd fair gespeeld worden, met een heel strikt onderscheid tussen journalistiek en egotripperij, tussen waarheden en halve waarheden, tussen feiten en fictie, tussen bewijzen en vermoedens, tussen open vizier en anonimiteit, tussen context en uit de context, tussen grensverleggend en grensoverschrijdend, tussen algemeen belang en persoonlijke vete. Er moet misschien eens over nagedacht worden.
De anonimiteit van de renner uit het Quick Step team is tanende. In het wielermilieu circuleert een naam. Het Benidormverhaal, weet je. Wat nu? Fin de carrière? Wordt hij nu uitgespuwd door zijn ploeg, door het hele peloton? Moet hij vrezen voor lijf en leden, voor kind en gezin?Ik ben benieuwd.
De bekentenis van Johan Musseeuw, de nieuwe (anonieme) onthullingen van een nog actief renner uit het Quick Step team… Is dit een nasleep van een storm, of nog maar een voorbode? Over welke informatie beschikt HLN nog? In hoeverre zal de anonimiteit standhouden als er inderdaad een rechtzaak van komt? Wie liegt? Waar ligt de grens tussen onnauwkeurigheden en leugens, tussen riooljournalistiek en onderzoeksjournalistiek?Het wordt moeilijk. Moeilijk voor Patrick Lefevere, voor zijn entourage, voor zijn sponsors, voor zijn renners. Moeilijk vooral voor de wielersport. Jammer. Misschien moeten we nu eens echt door de zure appel, met klokhuis en al.
Het Laatste Nieuws haalde uit vandaag. Verwoestend. Vernietigend. Geen spaander blijft heel van Patrick Lefevere. Ogenschijnlijk dan toch. Lefevere is volgens de grotendeels anonieme bronnen van HLN een dopeur, een dealer, een afgekickte verslaafde, een organisator van dopingtrafiek, een aanzetter tot dopinggebruik, een maffioso en nog wat fraais. Hoewel, wat rest er nog meer? Veelkleurige en vooral smeuïge etiketten zijn het die wreed op het hoofd van Lefevere worden geplakt. Met onoplosbare lijm. De afrekening – want dat lijkt het te zijn - is genadeloos hard. Verhalen van dertig jaar geleden worden opgediept en uitgespit tot op het bot. Journalist Maarten Michielssen pelt de facade rond een van de meest gelauwerde ploegleiders af tot wat voor hem doorgaat als de naakte waarheid. Maanden van voorbereiding moet dit hebben gevergd. Urenlange discussies ook op de redactie van HLN over degeloofwaardigheid van de anonieme getuigenissen en over de mogelijk juridische repercussies. Want die komen eraan, zeker weten.
Het is natuurlijk de vraag hoe zwaar dit dossier weegt, hoeveel geloof mag gehecht worden aan gemakkelijke, want anonieme, getuigenissen en verdachtmakingen van een individu met een op zijn zachtst gezegd niet onbesproken verleden. Natuurlijk is Lefevere een kind van zijn tijd, gepokt en gemazeld in een wielercultuur die hem, zoals zovelen, alleen maar overkomen is. Hij doet trouwens nergens moeite om dit te ontkennen.Natuurlijk is Lefevere in meer of mindere matemee geëvolueerd in een maalstroom die een tijd lang moeilijk of niet te stoppen is geweest. Natuurlijk had hij op zijn minst tot op zekere hoogte weet van wat in het peloton gebeurde, zoals iedereen trouwens die rechtstreeks of onrechtstreeks bij deze oeverloos populaire sport betrokken is of was. Maar of dat allemaal voldoende is voor een grauwe afrekening zoals die hem vandaag is overkomen is nog maar de vraag. Ik hoop voor Maarten Michielssen en heel HLN dat ze voldoende sterk in hun schoenen staan om deze “moord” te kunnen rechtvaardigen.
Ondanks alles ben ik overtuigd van de goede bedoelingen die Lefevere vandaag heeft in zijn strijd voor een zuivere wielersport. Misschien daarom dat heel deze historie bij mijeen wat wrange nasmaak nalaat. Tot nader orde dan toch.
Met de wereldbekerwedstrijd in Hoogerheide is de laatste algemene repetitie voor het W.K. veldrijden achter de rug. Ik had Sven gevraagd om nog eens echt voluit te gaan, om met een zo groot mogelijke voorsprong de wedstrijd proberen te winnen. Ook in Hooglede zal hij immers tot op de bodem van zijn krachtenarsenaal moeten gaan. Ik verwacht echt niet dat hij daar, van wie dan ook,een geschenk zal krijgen. Sven deed gisteren precies wat hij moest doen. In apocalyptische omstandigheden diepte hij de kloof met de tegenstand (of wat daar nog van overbleef) meter per meter, seconde per seconde uit. “Blijven doorgaan tot op de meet” schreeuwde ik hem voortdurend toe. 1 min en 37 sec voorsprong op de nummer 2 was het verdict. De rest volgde nog een stuk verder. Meer dan voldoende om de wedstrijd in Hooglede met vertrouwen tegemoet te zien.
Ik verwacht dat het parcours er zwaar, maar toch goed berijdbaar zal bijliggen. Op basis van de weersvoorspellingen van vandaag ziet het er immers naar uit dat het de volgende dagen niet overdreven zal regenen. Goed zo.
Nu nog een paar dagen relax trainen, met één pittige training op woensdag. Dat zou het dan moeten zijn. Sven moet gewoon rustig toeleven naar het W.K., en er dan invliegen zoals hij dat al een heel seizoen heeft gedaan.Sven verdient die wereldtitel, meer dan wie ook. Geen zinnig mens die dat zal ontkennen.
Ik sluit hier alle voorbeschouwingen af, met de gedachte dat het goed komt volgende zondag in Hooglede. Ik voel het, ik weet het. (foto Angelino Gunst)
Ik ben Paul VDB, sinds eigen heugnis trainer van atleten van allerlei pluimage, en met een eigenzinnige kijk op heel de sportwereld in al haar facetten.
In deze weblog komen dan ook heel wat vragen en mogelijke antwoorden aan bod.
Is Sven Nys al aan het trainen? Kan Luc Van Lierde ooit nog de Ironman van Hawaii winnen? Hoe bereidt Marc Herremans zijn volgende exploot voor? Hebben topsportscholen zin? Kunnen wij Belgen nog ooit medailles halen op de Olympische Spelen? Zijn voetballers lui? Gaat er te veel geld om in de sport en verdienen topsporters te veel? Verdienen Ben Berden en andere dopingzondaars nog een tweede kans? Moet een jonge wielrenner op zijn voeding letten? Wat gaat er schuil achter de glamour en de glitter van topatleten? Hoe machtig zijn de sportmedia? Kan topsport zonder doping? Hoe hebben de Canvaslopers de finish bereikt in New York?
Niets blijft onbesproken, geen enkele voorzet die jullie trappen mag doelloos voorbij vliegen.
Dat dus, en nog veel meer, van de man in het veld, in "Achter de schermen".