2006 was voor mij een hectisch jaar, met gelukkig meer ups dan downs. Veel meer. Mijn atleten deden het meer dan behoorlijk, het marathonproject van Canvas werd, ondanks ook wel begrijpelijke kritiek, over het algemeen zeer gewaardeerd, onze stichting To Walk Again waar we unieke sportmogelijkheden aanbieden aan andersvaliden groeide dit jaar haast exponentieel, de gelijknamige film met Stijn Coninx is net op tijd in een definitieve plooi gevallen, ik heb weer wat nieuwe manuscripten kunnen inleveren bij mijn uitgever, de groei van het Topsport ABC van de KULeuven verloopt sneller dan we kunnen volgen, de directie van mijn school (Rozenberg S.O. in Mol) heeft me nog niet buiten gesjot, en via mijn weblog heb ik een plaats(je) en een stem(metje) veroverd in de marge van de Vlaamse sportverslaggeving. Vooral dat laatste doet me plezier. Met dank aan al mijn lezers en aan de kritische geesten die regelmatig in de pen kruipen voor een positieve en een negatieve (lees kritische) voetnoot. De Pedro’s, Dirks, Kirs, Rafs, Dieverrs, Tony’s, Jonassen, Mikes, Jeffreys, Matthieu’s, Geerten en zovele anderen houden “Achter de schermen” levend en levendig en het waard eraan te werken. Toen ik medio mei met mijn wagonnetje inhaakte op de blograge, had ik echt geen idee waaraan ik begon. Iedere dag een blog, dat was mijn ambitieuze plan. Ik ben nu 227 blogs verder, nog altijd vrij goed op schema dus. Dat “geblog” kost me per week wel 8 à 9 uur, een werkdag dus. Nu het de tijd is om goede voornemens te maken overweegik mijn blogambitie een beetje bij te stellen, en op zaterdag en zondag de pen en het toetsenbord te laten rusten. Of me alleszins te beperken tot 4 à 5 tekstjes per week. Moet kunnen, toch?
De reacties op mijn vorige blog liegen er niet om. Rond de “ziekte” van Sven Nys is de nodige commotie ontstaan, een welles-nietes spelletje tussen de believers en non-believers. Iedereen heeft uiteraard recht op een eigen mening. Heel veel hangt af van de perceptie van het begrip “ziekte”. Valt een neusverkoudheid en daarmee gepaard gaande hoest onder deze noemer, of moet er sprake zijn van koud zweet, koorts, onuitstaanbare pijnen of haast niet te stoppen diarree vooraleer het woord “ziek” in de mond mag genomen worden?
Het verschil tussen winst en verlies, tussen het overklassen van de tegenstand en in de vernieling gereden worden is cijfermatig minimaal, amper uit te drukken in procenten. Ik doe toch even een poging, hoewel rekenen niet mijn sterkste punt is. Ooit - in 1972 als ik me niet vergis-dwarsboomde een herexamen voor wiskunde grondig mijn vakantieplannen. Ik heb het mijn toenmalige leraar vergeven, iedereen maakt wel eens een fout.
Niels Albert won in Loenhout overtuigend, laat daarover geen twijfel bestaan. Zijn voorsprong bedroeg na 60 minuten wedstrijd ongeveer 25 seconden. Het had meer kunnen zijn mocht hij tot de laatste meters voluit zijn blijven rijden, minder misschien mocht achter hem minder gespeculeerd zijn op de tweede plaats en meer op het echte achtervolgingswerk. Maar goed, laat het ons gemakkelijkheidshalve houden op die 25 seconden. Als ik goed tel heeft hij daarmee 0.694 % sneller gereden dan de rest. Ogenschijnlijk is dit niks, verwaarloosbaar zelfs, en toch voldoende voor terechte krantenkoppen als “Albert overklast wereldtop”.
Hoeveel procent van zijn mogelijkheden verliest een topsporter door wat voor een doorsneeburger een banale verkoudheid heet te zijn? Hoeveel procent van zijn mogelijkheden verliest hij door de mentale impact ervan? 0.694%? Meer? Of minder? Over hoeveel procent van zijn mogelijkheden moet een topsporter beschikken om te kunnen winnen? Ik zal het u zeggen.Over 100%, zelfs als hij Sven Nys heet. Laat daar dus maar geen twijfel over bestaan. Met 99.306% wordt hij overklast, door een enkeling dan toch.
Het dient gezegd. Niels Albert maakte indruk in Loenhout. Hij oogde goed en hij gaf een soepele indruk, krachtig ook, zoals hij in de tweede ronde al meter na meter wegreed van Sven Nys en Zdenek Stybar. Na iedere bocht hield hij, zoals dat hoort, recht op de trappers lopend het tempo strak. Te strak voor het verenigde kruim van de veldritwereld. Nochtans had ik eerlijk gezegd tot nogtoe enige twijfels over Niels. Vóór het seizoen wees Sven hem aan als diegene die wel eens het felst uit de hoek zou kunnen komen. Die verwachting werd, tot vandaag dan toch, niet ingelost. Het is nog (veel) te vroeg om over de aflossing van de wacht te spreken, maar het is daarstraks wel duidelijk dat Baal nog enige tijd gebeiteld zit als centrum van de cyclocross.
Ik zag, alle omstandigheden in acht genomen, ook een schitterende Sven Nys. Sven is verkouden, en niet een klein beetje. Morgen start hij niet in Middelkerke, het mag dus nu wel gezegd worden. In mijn blog van maandag maakte ik al gewag van deze verkoudheid, zonder daarrond al te veel lawaai te maken. Bewust. Het had immers geen zin om de tegenstand die al zo lang hoopt op een barst in Sven’s pantser vóór de wedstrijd een mentale boost te geven. Na de cross in Hofstade zou het dan weer als een goedkoop excuus geklonken hebben en zou het afbreuk gedaan hebben aan de prestatie van Erwin Vervecken. Tenslotte was het voor mij als coach beter om te focussen op de benen dan op de verstopte neus van Sven.Na de wedstrijd van vandaag trof ik echter een echt zieke Sven Nys aan. Fletse ogen, het aangezicht rood oplopend, kuchend en hoestend. Grieperig zelfs, zo scheen het me toe. En desondanks deed hij wat hij moest doen. Hij boog de achterstand van één punt op Bart Wellens voor de GVA-trofee om in bijna riante voorsprong van tien punten. Sven koerste heel attent. Hij pakte de drie punten die lagen te wachten op het einde van de tweede ronde, hij dreef het tempo op telkens een jagende Bart Wellens naderde, en hij rekende gepast af met Vervecken in de laatste ronde. Mooi zo.
Tenslotte nog dit. Ik begrijp niet waarom de renners van het zogenaamde FIDEA-blok, vorige dinsdag nog groepsgewijs geëerd en geroemd na de overwinning van Vervecken, vandaag hun kopman, die een leidersplaats te verdedigen had, met de glimlach (of was het met een grimlach?) en zonder scrupules in de vernieling reden. Stybar deed, nadat hij er als een pijl uit een boog vandoor gegaan was, geen enkele moeite om Sven van de drie punten te houden op het einde van de tweede ronde, Vervecken reed Wellens uit de wielen in plaats van hem op sleeptouw te nemen op weg naar het groepje Nys, en Dlask, als het even kon ook Stybar, hielden vooraan het tempo zo hoog mogelijk. Laat het nog maar eens duidelijk zijn. Veldrijden is een individuele sport, en ploegenspel ontstaat hoop en al toevallig. Vooral niet door het dragen van dezelfde trui.Al de rest is praat voor de vaak en voor de gazet.
Traditioneel worden op het einde van het jaar wenskaarten rondgestuurd naar vrienden, kennissen en zakenrelaties. Dit jaar is dat dus niet anders en ik heb me net gekweten van die taak. Ik vond daarstraks trouwens de mooiste kaart in jaren. “De juiste balans in het nieuwe jaar” stond er vooraan op. Echt “to the point”, want balans of evenwicht, daar draait het toch allemaal om. Een juiste balans tussen werk en vakantie, tussen training en recuperatie, tussen souplesse en kracht, tussen verwachtingen en realiteit,tussen water en wijn, tussen problemen en oplossingen, tussen een lach en een traan, tussen dwaze streken en gezond verstand, tussen waken en slapen, tussen mannen en vrouwen, tussen evenwicht en onevenwicht.
Ik wens die klojo’s die vandaag Floyd Landis tot Amerikaans wielrenner van het jaar hebben uitgeroepen vooral enige balans toe onder hun schriele hersenpan, en hetzelfde voor die Italiaanse pipo’s die hen in de affaire Basso al zijn voorgegaan.
Ik wens voor Rene Vandereycken een uitgebalanceerde nationale ploeg die alsnog de kwalificatie voor de eindronde van het Europese kampioenschap binnenhaalt en het Belgische voetbal daarmee wakker maakt uit een diepe coma.
Ik wens alle racisten op en rond de voetbalvelden oorsuizingen en ondraaglijke jeuk toe.
Ik wens voor Tom Vannoppen terug een heldere, frisse geest en succes in zijn verdere comeback, voor Ben Berden een hartelijk welkom in zijn eigenste milieu, een tweede regenboogtrui voor Sven Nys, een bijzonder snelle 100 en 200 meter voor Kim Gevaert, een trillende lat op 2.04 meter voor Tia Hellebaut, eeuwige roem voor Tom Boonen op de Bosberg,de comeback van de eeuw voor Luc Van Lierde, ergens heel ver van hier, een mooie fin de carrière voor Kim Clijsters en succes voor al wie ervoor knokt en het verdient.
Ik wens iedereen die ik bij het schrijven van mijn wenskaarten vergeten ben,alle lezers van deze blog en hun geliefden geluk toe, een goede gezondheidenhet besef dat er geen problemen bestaan, alleen maar oplossingen. Kortom, ik wens iedereen een evenwichtig 2007 toe.
Bemerking vooraf. Vorige week was het een piekweek wat betreft het aantal bezoekers bij coachpaul.be. Dagelijks meer dan 1000 unieke bezoekers en meer dan 1400 pageloads per dag. Deze week is met een dagelijks gemiddelde van een 700-tal unieke bezoekers en minder dan 1000 pageloads heel wat minder goed ingezet. Is het dan toch zo dat “achter de schermen” vooral tijdens de werkuren wordt gelezen?
Vandaag (eigenlijk gisteren, ’t is nu net na middernacht) zag ik een eerste, ruwe montage van Stijn Coninx’s “To Walk Again”. 120 minuten prachtige beelden die nog moeten gereduceerd worden tot 90 minuten. Knipwerk dus. Met vijf waren we om onze ideeën te spuien. Nadien toog Stijn terug aan het werk. Tot donderdag. Dan krijgen we de uiteindelijke 90 minuten voorgeschoteld, zonder bindteksten en zonder muziek weliswaar. Het blijft een boeiend gebeuren, vooral voor een filmleek als ik.
Sven Nys deed het niet vandaag (gisteren dus). Verkouden, een sterk Fidea-blok en een blok aan het been, een te snel parcours, slechts één “cartouche” in de benen, op een verkeerd moment verschoten dan nog. Redenen te over om niet voor de negentiende keer zegevierend over de finish te stormen. Maar vooral een verdiende winnaar van een bijzonder boeiende wedstrijd, leep en beresterk. Laat het ons daar op houden. Het kan niet alle dagen feest zijn.
Het wordt morgen een spannende dag. Om 11.00 u krijgen we in Brussel van Stijn Coninx een eerste visie te zien van de documentaire “To Walk Again” die onder zijn regie werd opgenomen. Het zal wel een onvolledige montage zijn, zonder ingesproken bindteksten en zonder muzikale omlijsting. Piet Goddaer (Ozark Henry) duikt immers pas in januari de studio in voor de soundtrack van de film. De verwachtingen zijn hoog gespannen, heel hoog. Stijn toonde ons vorige week nog een korte montage met Piet’s prachtige “These days” als achtergrondmuziek. De magical touch van de meester himself was merkbaar, vanaf de eerste impressie. Subliem was het, niet meer en niet minder. Marc’s story en de boodschap die hierachter schuil gaat, Piet’s muziek, de regie van filmkunstenaar Stijn Coninx, dit kan en mag niet fout gaan. En toch blijft het afwachten hoe Stijn zijn eigen visie op het verhaal gestalte heeft gegeven. Er is zoveel boeiend filmateriaal, er zijn zoveel invalshoeken… Ik kijk echt uit naar het (voorlopige) eindresultaat.
Nadien rijd ik dan, samen met Marc Herremans, verder naar Hofstade voor de wereldbekerwedstrijd veldrijden. De eerste schermutselingen zijn achter de rug. Sven en Bart Wellens beginnenbeiden met een overwinning aan wat de zwaarste week van het hele veldritseizoen heet te zijn. Ik hoop dat wat vandaag nog een lichte verkoudheid is geen roet in het eten van Sven zal strooien. Morgen is niet echt belangrijk voor hem, hoewel een zesde wereldbekerzege welkom zou zijn. De wedstrijd van donderdag in Loenhout is belangrijker. Sven heeft nog altijd een kleine achterstand op Wellens weg te werken in de stand voor de GVA-trofee. Hij is er op gebrand om de fakkel over te nemen. De vonken zullen eraf vliegen in de Noorderkempen. Eén dag later staat Middelkerke op het programma. Een wedstrijd voor de statistieken, meer moeten we er niet achter zoeken. Zondag in Diegem kunnen de heren veldrijders best maar weer topfit zijn. Er zijn immers dubbele punten te verdienen voor de Superprestige. Sven heeft een meer dan comfortabele voorsprong op zijn dichtste belager. Pech kan deze voorsprong omzetten in een haast onoverbrugbare achterstand. Eigenlijk slaan die dubbele punten nergens op. Wie is toch met dat idee op de proppen gekomen? Afvoeren dat systeem, zo snel mogelijk. Zelfs op Nieuwjaarsdag staat er geen rustdag geprogrammeerd. Sven ontvangt in zijn eigenste Baal al wie naam en faam heeft in de cyclocross. Misschien gaat Sven daar nog het meest tegenstand mogen verwachten van de Nederlandse golden boy Lars Boom. Ik hoorde dat het vooral door pech was dat hij zijn kansen niet voluit heeft kunnen verdedigen in Veghel-Eerde, en het was pas zijn eerste wedstrijd van het seizoen. Jammer voor het veldrijden dat Lars voor de weg gekozen heeft. Sven sluit deze hectische periode af in Sint-Niklaas, op 2 januari. Tegen die tijd zullen we stilaan een prognose kunnen maken voor het Belgische kampioenschap op 7 januari. Er kan tegen die tijd nog veel gebeuren.
De finish van Marc Herremans in Hawaï, de twee gouden medailles van Kim Gevaert en de winnende jump van Tia Hellebaut in Göteborg, de verkiezing van Sven Nys tot sportpersoonlijkheid van het jaar. Dàt zijn mijn sportmomenten van 2006. Clean en ontroerend. Meer moet dat niet zijn.
Het is komkommertijd in sportland. De grote sporttrofeeën zijn uitgereikt, iedereen heeft zijn of haar zeg kunnen doen over de afwezigheid van Justin Henin op de verkiezingsavond van sportman/sportvrouw van het jaar, we vernamen in detail hoe het Belgische voetbal zou kunnen gered worden en Floyd Landis heeft ons deelgenoot mogen maken van zijn ijdele hoopom ook volgend jaar de Tour te winnen. De sportjournalist kreunt onder het gebrek aan straffe stories en topcompetities, het veldrijden even terzijde gelaten. Haast wanhopig verliest hij zich in na- en voorbeschouwingen. Wat bracht 2006, wat brengt 2007? Ook een fanatieke sportblogger die bijna dagelijks zijn eigen klein en vluchtig verhaaltje wil brengen heeft het dan niet gemakkelijk. “Speel in op de sportactualiteit” zei een vriend die ik deelgenoot maakte van mijn sluimerend blockprobleem dat nog maar eens een acute fase nadert. Welke actualiteit dan? Veldrijden zal nog zo dikwijls aan bod komen. Komkommertijd dus. Ik was misschien beter op verlof vertrokken, gaan skiën of zo. Ik ben een echte skifanaat, altijd geweest. Skiën is trouwens een schitterende sport. Techniek, snelheid, durf, acrobatie, uithouding zelfs, verenigd in één. Spektakel op twee latten, dikwijls in een ontroerend mooi decor.Ooit zag ik in Oostenrijk de grote Franz Klammer live in een razende vaart een helling afschuiven, sneller dan al zijn concurrenten, op weg naar zijn zoveelste nationale titel. Met open mond stond ik net daar te kijken waar hij met het geluid van een wapperende vaan ver door het heelal - zo leek het toch -kliefde, de benen hoog opgetrokken, balancerend en subtiel corrigerend met de armen in die koude lucht. Was het twintig meter ver, dertig meter, of nog verder? Vroeger volgde ik alle grote kampioenen, de afdalingswedstrijden konden me mateloos boeien. Mijn herinneringen gaan zelfs terug tot Jean-Claude Killy, de legendarische Fransman die in Grenoble skigeschiedenis schreef. Ikkende ze allemaal, de Stenmarks, de Girardellis, de Maiers en de Tombas. Lang geleden. Waar zijn de helden van het witte tapijt nu? Alleen Bode Miller blijft mij nog bij, exentriek en flamboyant als hij is. Of is het al “was”?
Ik stop met dromen. Ik blijf hier, er is genoeg te doen. Hofstade, Loenhout, Middelkerke en Diegem. Om daar al maar mee te beginnen. ’t Is veldrittijd.
Het Belgisch voetbal is in crisis. Een dove kan het zien, een blinde kan het horen, alle anderen kunnen het horen en zien, ruiken zelfs. De voetbalredactie van Het Nieuwsblad/De Standaard bracht een select gezelschap voetbalkenners samen om de oorzaken van dit debacle onder de loep te nemen en om desgevallend zelfs oplossingen aan te reiken.
Een groot deel van de jammerklachten zijn terug te voeren tot een gebrek aan geld. Geld om een meer professionele structuur op te zetten rond het nationale team, geld voor een betere jeugdwerking, geld voor een betere infrastructuur.
Denken de heren nu echt dat met geld alles is opgelost? Trouwens, wat zouden de clubs doen met meer geld? Een paar grote buitenlandse vedetten aantrekken die hier in ontspannen sfeer een fin de carrière komen vieren, of nog meer betalen aan de eigen “vedetten” die die astronomische bedragen helemaal niet waard zijn? Wacht even, dat laatste komt niet van mij. Als De Standaard Herman Van Holsbeeck, de manager van Anderlecht, correct citeert, dan zegt die letterlijk dat er “geen drie Belgen zijn die een creatieve actie in huis hebben”. Nu gij. Waarom worden ze dan zoveel betaald? En door wie, mijnheer Van Holsbeeck? Walter Meeuws spreekt van “gebrek aan persoonlijkheid, verantwoordelijkheidszin van onze beste spelers” en Francky Dury “vindt de discipline van de vedetten onvoldoende bij de nationale ploeg”. Goed raak. Ik ben blij dat anderen, die het echt kunnen weten, het nu eens vertellen. Het volgende komt wel van mij. Hear my words, read my lips. Hoeveel geld is er nodig om een gezonde kerel een beetje conditie bij te brengen? Niks. Het kost alleen wat tijd, ik schat zo’n 3 extra uur gerichte conditietraining per week. Op 23 september 2004 verscheen in De Standaard een ontluisterend artikel over de trainingsarbeid, match inbegrepen, van de spelers van onze topclubs. Gemiddeld 13 uur en 28 minuten (!) per week staan ze op het veld. Anderlecht en Genk scoorden met 13 uur minder dan het gemiddelde, de Brugse spelers dropen nog 30 minuten vroeger af. 16 uur i.p.v. die schamele 13 uur dus, nog geen twee en een half uur per dag. Toch niet te veel gevraagd, of wel? Als die ploegen daar al eens werk van zouden maken. Dan zouden ze in plaats van. 60 minuten misschien wel 90 minuten op hoog niveau kunnen spelen. Wedden dat dat voor Anderlecht voldoende had geweest om de volgende ronde van de C.L. te halen? En welk verschil zou dat niet gemaakt hebben voor het financieel plaatje van Anderlecht? Ze zouden daar in de Brusselse randgemeente al hun zitjes van een nieuwe overtrek kunnen voorzien en ineens hun budget voor de jeugdwerking dat nu 1.5 miljoen euro bedraagt kunnen verdubbelen of verdriedubbelen. Het leven kan toch simpel zijn. Of zie ik dat fout?
Koen Fillet heeft me een stokje toegeworpen: een vragenlijstje dat je doorgeeft aan vijf collega-webloggers. In dit geval luidt de enige vraag: noem vijf dingen die men wellicht niet over u weet.
tijdens mijn collegetijd scoorde ik voor het vak Nederlands zeer laag voor schrijfoefeningen, in die tijd nog “verhandelingen” en “boekbesprekingen” genoemd;
daarin kwam verandering toen ik enkele jaren later voor mijn toenmalig lief en nu mijn huidige vrouw haar autobiografie schreef tijdens haar studie regentaat Nederlands. “Vaardige pen” kreeg zij mee als beoordeling;
in 1993 heb ik in een grote open wagen rondgereden aan de zijde van de toenmalige Miss Hawaï. Bovendien kneep ze me heel liefdevol in de zij…
een andere miss, de bevallige Geena Lisa heeft me tijdens één van haar optredens eens bij haar op het podium geroepen. Ik ben daar toen met alle plezier op ingegaan;
ik heb me altijd voorgenomen om mijn carrière als trainer te stoppen als ik 50 word. Dat moment komt akelig dicht bij.
(1) ik was een bijzonder luie leerling; (2) voor een lief doet een jonge gast al eens een extra inspanning; (3) ik ben redelijk ongevraagd in die wagen gesprongen omdat er nog plaats was; (4) het was tijdens een optreden voor To Walk Again. Ik ga er nog altijd van uit dat dit één van Geena’s hoogtepunten uit haar carrière is geweest.... (5) ik geraak stilaan in nesten als ik niet afstap van mijn voornemen.
Voilà Koen, ik heb het spel gespeeld. Ik heb nu wel geen tijd om 5 andere bloggers te zoeken. Ik ga me beperken tot één: Geert Gitaar. Vooruit Geert, geef er een lap op. Misschien zoek ik er morgen nog wel vier andere bij.
Ik ben Paul VDB, sinds eigen heugnis trainer van atleten van allerlei pluimage, en met een eigenzinnige kijk op heel de sportwereld in al haar facetten.
In deze weblog komen dan ook heel wat vragen en mogelijke antwoorden aan bod.
Is Sven Nys al aan het trainen? Kan Luc Van Lierde ooit nog de Ironman van Hawaii winnen? Hoe bereidt Marc Herremans zijn volgende exploot voor? Hebben topsportscholen zin? Kunnen wij Belgen nog ooit medailles halen op de Olympische Spelen? Zijn voetballers lui? Gaat er te veel geld om in de sport en verdienen topsporters te veel? Verdienen Ben Berden en andere dopingzondaars nog een tweede kans? Moet een jonge wielrenner op zijn voeding letten? Wat gaat er schuil achter de glamour en de glitter van topatleten? Hoe machtig zijn de sportmedia? Kan topsport zonder doping? Hoe hebben de Canvaslopers de finish bereikt in New York?
Niets blijft onbesproken, geen enkele voorzet die jullie trappen mag doelloos voorbij vliegen.
Dat dus, en nog veel meer, van de man in het veld, in "Achter de schermen".