Morgen vallen de maskers af. Op en rond de Koppenberg begint het echte veldritseizoen, na te veel wedstrijden met het grote verzet en de te hoge snelheid. Explosiviteit, weerstandsvermogen, souplesse, stuurvaardigheid, het inschatten van de eigen mogelijkheden en die van de opponenten. Koersdoorzicht. Zonder dit alles red je het niet op de bult van Oudenaarde. Of toch? Gewoon harder stampen dan de anderen, feller trekken aan het stuur, nu eens met gekromde rug, dan weer recht op de trappers. Zonder omkijken wegrijden van het gehijg, gepiep, gesteun en gekreun van de tegenstanders. Tegen de eigen limiet aan rijden en er nog eens een snok aan geven, groter schakelen net vóór de top, blijven duwen tot de anderen eerst buigen, dan barsten. Niet wachten, als de benen goed zijn toch. Morgen is het man tegen man, vanaf de eerste meter bergop. Geen blufpoker, geen geleuter ook nadien, van ik was even goed of zelfs beter dan. De ritmisch wegtikkende secondenzijn de enige objectieve maatstaf.
Sven is er klaar voor, net als Bart Wellens en wie weet Niels Albert. Het wordt een mooie strijd, daar in de Vlaamse Ardennen.
“Binnen het jaar wordt de epo-test afgevoerd.” Dit stond tijdens het afgelopen weekend te lezen in De Standaard. De teneur van het artikel loog er niet om. Mathieu Bollen en Monique Bellens, de twee professoren die (gelukkig) Rutger Beke uit het slop haalden voeren een strijd tegen het WADA en tegen de huidige epo-test, hoewel ze zelf zeggen dat “statistisch de kans inderdaad erg klein is dat een tweede eiwit migreert zoals epo, en dan nog op dezelfde manier reageert met dat antilichaam.”Zij nemen geen genoegen met het WADA dat dan weer zegt dat “elk lab rekening daarmee rekening houdt bij de interpretatie van de resultaten en dat elk lab een “second opinion” vraagt als er een tegenstrijdig resultaat is.”
Ik heb sterk de indruk dat er een gevecht gevoerd wordt dat op een heel ander niveau ligt dan het gevecht tegen de doping. Heel het artikel ademt grimmigheid uit, vijandigheid tussen twee partijen waarbij uiteindelijk niemand gebaat is. Enig idee wat er gebeurt als de epo-test wordt afgevoerd?
Hoewel, ik maak me geen illusies meer. Heel de Fuentes-zaak dreigt uit te lopen op een sisser. Basso kreeg in Italië de hoogste sportonderscheiding en zijn zaak werd geklasseerd door het CONI en de Italiaanse wielerfederatie, de Spaanse wielerfederatie schorst alle lopende procedures die tegen de renners die gelinkt zijn aan het dopingschandaal en Rudy Pevenage vindt de Tour 2007 geknipt voor Jan Ullrich. Of er nog zand moet zijn.
Trouwens, “Operación Puerto” heeft op korte en lange termijn meer slecht dan goed gedaan. Niet alleen is ze op sterven na dood, maar bovendien werden door heel die affaire slapende honden en loslopende kiekens wakker gemaakt. Enkele weken geleden hoorde ik in het wielermilieu dat renners ondertussen eigen bloed kunnen bewaren en het zonder tussenkomst van een dokter via een baxter toedienen. Het schijnt niet eens zo moeilijk te zijn… Geruchten. Ik hoop dat ze niet waar zijn, maar ik vrees ervoor. Naast groeihormoon (onopspoorbaar), testosterone (in sommige vormen zeer beperkt opspoorbaar), epo (maximaal 5 dagen opspoorbaar, in kleine herhaalde dosissen zelfs bijna niet opspoorbaar), insuline (onopspoorbaar en levensgevaarlijk), Igf-1 (onopspoorbaar), synthetisch hemoglobine (zeer moeilijk opspoorbaar), cortisone (toegelaten mits de nodige “attesten”) zou nu ook bloeddoping voor het grijpen liggen. Hallucinant!
Joeri bleef heel even sprakeloos, perplex dat de excellentie himself hem contacteerde. Kwam er, nu hij door het BLOSO en het BOIC uitgeserveerd was, een plaatsje vrij op de administratie van het kabinet van de minister? Neen. Tegen het advies van de Task Force in besliste Bert Anciaux Joeri Jansen een plaatsje te geven bij Atletiek Vlaanderen. In zijn column van vandaag, die nog maar eens vernietigend is voor de minister en vooral voor zijn entourage, heet Hans Vandeweghe van de Morgen Anciaux’ actie cliëntelisme en vooral geen topsportpolitiek. Ik ben een andere mening toegedaan, of tenminste gun ik Bert Anciaux het voordeel van de twijfel.De minister getuigt hier in ieder geval van een zekere daadkracht en betrokkenheid bij de topsport in Vlaanderen. Veldwerk bijna.En dat hoort zo.
Trouwens, ik heb zo het idee dat Anciaux geen spijt gaat krijgen van zijn beslissing. Er is over Joeri een zekere grimmigheid gekomen na die ezelsstamp van enkele weken geleden. Hij wil die “..……..” laten zien dat ze fout waren in hun beslissing, helemaal fout.In samenspraak met het TOPSPORT ABC van de KULeuven werkt zijn trainer Joeri’s schema’s uit. Lange en intensieve duurtrainingen, tempo-intervaltraining en een vleugje weerstandstraining, het zit allemaal in de juiste verhouding geprogrammeerdin zijn schema. Zijn melkzuurtesten wijzen uit dat hij van week tot week de te verwachten progressie maakt. Binnenkort begint hij ook nog aan een beperkt veldloopprogramma. Dat alles moet hem klaarstomen voor het indoorseizoen, voor prestaties die niet alleen de beslissingsheren van het BOIC en het BLOSO moeten overtuigen om hem een nieuw topsportstatuut te geven, maar die ook eindelijk het talent bevestigen dat kenners al jaren in hem zien. Het wordt een harde en moeilijke winter.
Naar aanleiding van mijn blog “Klankbord” kreeg ik meermaals de vraag of ik naast Sven Nys een andere topper zou kunnen/willen begeleiden.
Ik heb in het verleden de vraag gehad van 2 andere toppers uit het veldrijden. Voor alle duidelijkheid, het gaat niet om Bart Wellens wiens begeleiding in goede handen is.
In één van de gevallen had de betrokken renner vooraf zelfs al contact opgenomen met Sven Nys met de vraag of hij daar enig probleem zou uitmaken. Ondanks het feit dat dit ogenschijnlijk niet zo leek te zijn, en ondanks het feit dat ik erg geloof in de capaciteiten van die renner en ik er bovendien een grote sympathie voor heb, ben ik niet willen ingaan op zijn vraag.Het begeleiden van een topatleet vergt veel tijd en energie. Daarnaast moet er, en dit is van cruciaal belang, een perfect wederzijds vertrouwen en een grote openheid zijn. Dit laatste kan moeilijk worden wanneer je ook vertrouwelijk moet omgaan met een rechtstreekse concurrent.
Het is ook erg tegenstrijdig om 20 minuten voor de wedstrijd eerst bij de ene renner een peptalk te doen en mee een tactiek te bespreken om te winnen, om dan 10 meter verder in een andere mobilhome hetzelfde te gaan doen. Tenslotte is het moeilijk om tevreden rond te lopen wanneer de ene renner gewonnen heeft, en de andere onderuit is gegaan.
Als coach kan je wel 2 of meer toppers begeleiden als je dit doet als trainer van een team of als ze een wedstrijdprogramma hebben dat niet gelijklopend is.
In alle andere gevallen is één topper het meest haalbare.
Toen producer Jan Vanderstraeten van Canvas me bijna elf maanden geleden vroeg om 6 loopanalfabeten te begeleiden naar de Marathon van New York,wist ik dat dit een bijzonder moeilijke opdracht zou worden. Binnen 10 dagen, op 5 november om precies te zijn, loopt het hele project af. Tot de dag van vandaag heb ik geen zicht op het eindresultaat. Ik weet met andere woorden zelf nog altijd niet wie van de deelnemers zal starten en hoeveel er de finish zullen halen. Om maar te zeggen dat het niet allemaal van een leien dakje loopt. Er komt vlieg-, kunst- en plakwerk aan te pas. Ik word ook veel aangesproken over dit project. De kritieken over de voorbije 2 afleveringen zijn unaniem positief, volledig in de lijn van het zeer hoge waarderingscijfer dat wordt gegeven aan het programma. Het aantal kijkers is naar Canvasnormen zeer hoog, en naar de tweede aflevering keken al beduidend meer mensen dan naar de eerste. De studiedienst van de VRT verwacht trouwens dat de kijkdichtheid van week tot week nog zal stijgen. De makers van het programmahebben zonder meer schitterend werk geleverd. De kritieken op mezelf zijn niet altijd even mals. “Of ik het zelf verantwoord vind om ongetrainden in 1 jaar tijd klaar te stomen voor een marathon?” Ootmoedig moet ik dan het hoofd buigen, en toegeven dat dit eigenlijk niet verantwoord is,dat de boodschap niet mag zijn dat iedereen hieraan zomaar mag en kan beginnen. Maar los daarvan blijft het een project dat op een heel verantwoorde manier is aangepakt, met veel aandacht voor de deelnemers, en met een superviserende arts die het laatste woord heeft mocht één van de deelnemers echt een probleem krijgen. Het blijft ook een heel leerzaam project, tot het laatste moment. Enerzijds wordt duidelijk aan welke gevaren joggers blootgesteld zijn, vooral als ze te snel resultaat willen bereiken. Anderzijds toont het hele opzet aan dat het nooit te laat is om beginnen te sporten, en dat met wilskracht en doorzettingsvermogen heel wat kan gerealiseerd worden. Het is verrijkend geweest, voor deelnemers, voor de makers van de serie en voor mezelf. Ik hoop dat alle kijkers er ook zo over blijven denken.
Tweede in de wereldbekerwedstrijd in Aigle, tweede in Neerpelt, derde in Ruddervoorde, eerste in Lebbeke… Daarnaast nog een aantal top-5 plaatsen. Heel wat veldrijders zouden willen tekenen om voor het einde van oktober al dergelijke resultatenvoor te leggen. Behalve wanneer je Bart Wellens heet. “ Wat is er aan de hand met Bart?” De hamvraag, maandag na Bart’s mindere prestatie in Kalmthout.
Ex-trainer Paul Ponnet heeft zo zijn idee over heel de zaak, maar houdt die voor zich. Wel stelt hij dat Bart hoe dan ook een trainer nodig heeft. Sportieve baas Danny De Bie lacht deze stelling vrolijk weg. Volgens hem is Bart mans genoeg om zijn eigen weg te zoeken. Dat Bart zijn beste jaren gehad heeft met een trainer aan zijn zijde is volgens De Bie toeval, puur toeval. Hetgeen Bart ontbreekt is het vermogen om te ontploffen, zegt De Bie. En dat moet dringend bijgespijkerd worden. Wellens’ dokter, trainer (dus toch een trainer, Danny?) en vriend Peter T’Seyen, die zeer begaan is met Bart en die zich bovendien deskundig laat adviseren door Marc Lamberts, stelt volgens HLN dat Bart geen koers kan winnen als zijn hartslag 10 slagen lager is dan normaal in de wedstrijd. Tenslotte mag ook Eric De Vlaeminck zijn zegje doen: “Tja, wat scheelt er precies? Die hartslag alweer. Raar, vind ik. En over zijn manier van koersen en trainen heb ik het al zo vaak gehad. (zucht) Misschien bereikt die informatie hem gewoon niet...” (HLN, 24/10/06).
Het is heel simpel. Als ik dit allemaal lees, dan vrees ik dat er te veel informatie en advies op Bart afkomt, dat het gevaar bestaat dat hij binnenkort door het bos de bomen niet meer ziet. Bart heeft WEL een trainer nodig. Iemand die voor hem een lijn uittekent, iemand waarin hij onvoorwaardelijk gelooft. Iemand die een grondige analyse kan maken van wat er eventueel fout loopt, en die dan de echte oplossing(en) kan aanreiken. Iemand die weet uit te vissen waarom Bart’s hartslag 10 slagen lager is dan normaal, en daaruit vooral geen verkeerde conclusies trekt.Iemand die zijn enige klankbord is. Iemand die hem afschermt van café- en kletspraat, van managers die vertellen dat Sven Nys zwakker is dan de vorige jaren en die uitkramen dat het grote verschil tussen Wellens en Sven Nys enkel in het geluk, of het gemis daaraan ligt. Ik hoop echt dat Bart terug zichzelf wordt. Het veldrijden kan er maar beter van worden.
Zoals dat hoort zijn we er gisteravond eens goed ingevlogen. Zonder Marc. Best zo, want dan moeten dat vanavond nog eens lichtjes overdoen, met Marc dan. Hij ziet er goed uit. Kan ook moeilijk anders na die schitterende zorgen toegediend door de twee charmantste dokters van de hele eilandengroep. Op een bepaald moment had ik de indruk dat ze een tweede baxter toedienden om hem wat langer daar te houden. Er waren er een hoop die het met minder moesten doen.
Luc kwam hier net binnen gestrompeld. Ook hij is een grens over gemoeten om alsnog 16° te worden. Ondanks de lichte ontgoocheling heeft hij aangetoond dat er een stevige basis is om nog een jaartje verder te doen met hem.
Van Sven ook niks dan goed nieuws. Hij heeft woord gehouden toen hij me zaterdag zei dat hij er in Kalmthout nog eens een lap op ging geven. Ik ben een tevreden coach.
Vier jaar en half geleden stond ik op de afdeling intensieve zorgen in het ziekenhuis van Las Palmas naast het bed van Marc Herremans. Ik zag een hulpeloze atleet liggen in wiens ogen alleen maar een intens verdriet en een grenzeloze vertwijfeling te lezen stond. Die confrontatie was verschrikkelijk hard en ze zal ook glashelder voor mijn geest blijven staan, wat er ook nog gebeurt. Sindsdien is onnoemelijk veel gebeurd, dikwijls moeizame dingen die soms te snel op Marc en al diegenen die rondom hem stonden afkwamen. Er waren heel veel ups, maar achter die geweldige smile lagen meer dan velen kunnen vermoeden downs verborgen die hij altijd met een haast onbegrijpelijke spirit wist om te buigen. Vandaag heeft hij de grootste down uit zijn leven omgezet in een schitterende overwinning. Ik weet hoe hard hij hiervoor geknokt heeft. Ik ben blij dat ik daar, samen met Dirk van Gossum, misschien wel DE man achter deze overwinning, heb mogen en kunnen aan meewerken. Het is voorbij nu, definitief. Tijd voor andere dingen.
Mijn taak zit erop. Voor even dan toch. Marc deed een schitterend zwem-onderdeel, en op dit ogenblik is hij op weg naar Hawi, over een ongeveer 80 km lange rechte en glooiende baan. Ongeveer 4 min vóór hem rijdt nog een rolstoelatleet, niet verlamd weliswaar en daarom bevoordeeld. Afwachten wat het wordt. Ook Luc deed het uitstekend bij de aanvang van deze 28° Ironman van Hawaii. Als tweede uit het water, en als eerste de baan op met de fiets. Lang geleden dat dit nog eens lukte. De tactiek is duidelijk. Niet forceren op de fiets, en zeker geen tegenstander proberen te volgen die Duits praat, of zelfs maar Engels met een Duits accent. We zien wel, het is nog lang. Ook Marino was goed uit het water. Rutger verloor dan weer wat tijd. Niks dramatisch. De Belgen zitten op schema. Ondertussen heb ik ook nieuws gehad van Sven. Derde geworden in Lebbeke. Niks om ongerust over te maken, gewoon meegereden. De benen waren prima. Morgen gaat hij er een lap op geven, in Kalmthout. Terug over naar de Ironman. Ik ga weer eens poolshoogte nemen.
Voor Marino Van Hoenacker telt morgen maar één plaats, en dat is de eerste. Voor minder is hij niet afgezakt naar Kona, voor minder heeft hij niet zo hard getraind, voor minder is de dag van de Ironman een verloren dag, tijdverlies zeg maar. Ik gun het hem en het siert hem dat hij de lat zo hoog durft leggen. Alleen vrees ik dat hij het lijstje van al de anderen die willen winnen nog niet goed bekeken heeft. Dat lijstje bevat heel wat namen, gereputeerd en met adelbrieven, veel groter dan de zijne. Normann Stadler, ex-winnaar, verschillende keren top-5. Niet van plan de tegenstand los te rijden, neen. Vernietigen, vermorzelen, verpulveren, dat wil hij doen met iedereen die zijn ambitie in de weg wil staan. Farish Al Sultan. Vorig jaar als 2° uit het water, bijna 42 km/u gemiddeld over de daaropvolgende 180 km, gevolgd door een 42-kilometer lange glorietocht door de lavavelden van Kona. Cameron Brown, grossier in top-3 plaatsen. Dit jaar nog winnaar van de wedstrijd in Frankfurt. Ook hij wil wel eens meer. Hij kan dat. Chris Mcormack. Alles gewonnen wat er te winnen valt in de triatlonwereld. Vorig jaar zesde, dit jaar klaar om te zegevieren. Ik kan nog een poosje doorgaan, tot ik uitkom bij Rutger Beke. Zelfde ambitie als Marino. Als ze echt willen winnen gaan ze risico's moeten nemen, grote risico's. Meegaan met de Duitsers tijdens het fietsen, er zit niks anders op. Hopelijk overleven ze nadien die verschrikkelijke marathon. Het wordt drummen daar bij dat podium.Ik wens hen echt, uit de grond van mijn hart, het allerbeste.
Marc is er klaar voor. Hij heeft vooral zichzelf als tegenstrever. Hij wil niet alleen winnen, hij wil het wereldrecord, hij wil de allerbeste ooit zijn bij de rolstoelatleten. Om duidelijk te maken dat hij, mocht alles anders zijn gegaan, een topfavoriet zou zijn geweest tussen de hogervernoemde namen. Ik hoop dat hij, indien nodig, toch hier en daar zal willen doseren. Het wordt een harde, lange tocht. Luc moet morgen vooral zichzelf overwinnen, zichzelf terug vinden na te veel verloren jaren. Hij zal moeten doorbijten, de pijn van zijn scheenbeen vergeten, blijven doorgaan op het ogenblik dat de vermoeidheid toeslaat en de spieren een halt toeroept. Iets in mij zegt me dat het goed gaat aflopen. Ook voor mij wordt het een lange, harde dag.
Ik ben Paul VDB, sinds eigen heugnis trainer van atleten van allerlei pluimage, en met een eigenzinnige kijk op heel de sportwereld in al haar facetten.
In deze weblog komen dan ook heel wat vragen en mogelijke antwoorden aan bod.
Is Sven Nys al aan het trainen? Kan Luc Van Lierde ooit nog de Ironman van Hawaii winnen? Hoe bereidt Marc Herremans zijn volgende exploot voor? Hebben topsportscholen zin? Kunnen wij Belgen nog ooit medailles halen op de Olympische Spelen? Zijn voetballers lui? Gaat er te veel geld om in de sport en verdienen topsporters te veel? Verdienen Ben Berden en andere dopingzondaars nog een tweede kans? Moet een jonge wielrenner op zijn voeding letten? Wat gaat er schuil achter de glamour en de glitter van topatleten? Hoe machtig zijn de sportmedia? Kan topsport zonder doping? Hoe hebben de Canvaslopers de finish bereikt in New York?
Niets blijft onbesproken, geen enkele voorzet die jullie trappen mag doelloos voorbij vliegen.
Dat dus, en nog veel meer, van de man in het veld, in "Achter de schermen".