Donderdag in de Gazet van Antwerpen:
"De geplande schadeclaim jegens Dedecker verdwijnt voorlopig in de koelkast. Lefevere: "Want in tegenstelling tot wat velen denken, lig ik helemaal niet wakker van Dedecker. Hij heeft met zijn uitspraken de eerste zet gedaan, hij moet nu ook maar met namen komen"." Twee redenen die deze toch wel spectaculaire ommezwaai in zijn uitspraken verklaren:
1. Patrick Lefevere ligt WEL wakker van Dedecker en zijn gesprekken met het gerecht en het bondsparket;
2. Mensen uit de directe omgeving van Lefevere hebben hem vermoedelijk aangemaand om dringend gas terug te nemen.
Had iemand iets anders verwacht? Neen toch?
Mijn samenwerking met Joeri Jansen is met valse noot gestart. Gisteren maakte het BLOSO bekend dat het topsportstatuut van Joeri niet meer zal verlengd worden. Dat betekent, minder dan twee jaar voor de Olympische Spelen, het (voorlopige?) einde van zijn profbestaan. Voortaan zal hij zijn trainingen moeten combineren met een job. Een uppercut van jewelste voor Jansen, hopelijk geen knock-out. We hebben echt niet al te veel atleten die zo getalenteerd zijn.
Maar goed, het zal dus anders moeten. Het enige dat hij kan doen is zo vlug mogelijk bewijzen, liefst tegen de Europese indoorkampioenschappen, dat wel degelijk een blosocontract waard is. Zoals ik vooraf al eens zei: er is werk aan de winkel.
Tijdens de voorstelling van het FIDEA-teal werd ferme taal gesproken. 25 overwinningen + een wereldtitel, zo stelde manager Van Kasteren de ambities scherp. Bart Wellens wil die, als het even kan, op zijn eentje wel bijeen sparen. Het seizoen van Sven Nys vorig jaar? 28 overwinningen? Niks speciaals. Bart deed drie jaar geleden veel beter. Zo zegt hij toch. Hij vond daarom ook dat er rond Sven Nys “te veel te doen” was geweest. Een beetje enerverend voor Wellens, dat was het naar eigen zeggen toch wel. Als coach begrijp ik heel die toestanden niet zo. Natuurlijk moet je ambitieus zijn, en als topsporter moet de lat voldoende hoog gelegd worden. Terecht zegt Wellens dat hij toch ook niet kan komen vertellen dat hij hoopt op 5 overwinningen. Maar nu legt hij, na twee opeenvolgende rotseizoenen, de druk op eigen schouders weer zo ontzettend hoog. Als hij niet onmiddellijk scoort, dan zou het wel eens weer moeilijk kunnen worden. Is er in zijn omgeving dan niemand die daar enig besef van heeft? Of is het juist een bewuste techniek om Bart zo op te fokken in een poging om de tegenstand, in casu Sven Nys, aan het twijfelen te brengen? Afgezien van deze bedenkingen gun ik Bart Wellens echt wel een goed seizoen. Hij ziet er goed uit, en ik heb altijd sympathie gehad voor Bart. Het kan de veldritsport trouwens alleen maar ten goede komen. Ik heb met Sven samen de verwachtingen voor het komende wedstrijdseizoen doorgenomen. Wij beseffen heel goed dat het niet ieder jaar in dezelfde mate prijs kan zijn, dat hoeft ook niet. Wat Wellens ook beweert, het blijft zo dat Sven tijdens de afgelopen twee jaar veel meer wedstrijden heeft gewonnen dan hijzelf die zelfs in zijn boerenjaar bleef steken op 24. Sven won bovendien 2 jaar op rij alle klassementen, en hij won 3 van de 4 kampioenschappen. Moet dat trouwens nog gezegd? Die hegemonie doortrekken lijkt me irreëel, ook niet echt nodig om Sven’s status hoog te houden. Met minder zijn we nog tevreden. We hebben hier en daar een terugval ingecalculeerd, rekening houdende met een verblijf in de hoogtekamer, met zware trainingsweken en met een stage die gepland is tijdens het seizoen. We zullen wel zien. Zondag in Aigle wordt niet de gemakkelijkste wedstrijd. Een vlak parcours dat nergens selectief is. Vermoedelijk nog niet de echte waardemeter. Sven heeft alleszins bijzonder hard getraind. Dinsdag deed Sven nog een duurtraining van 175 km, en woensdag trainden we op wedstrijdritme. Hij stoof toen met hartslagen die vrij dicht aanleunden bij zijn maximum over de Lichtaartse zandduinen. Sven straalde kracht uit. Die 25 overwinningen van het FIDEA-team zullen wel moeten verdiend worden. Met daden. Niet met woorden.
Peter Croes bleef dit jaar, ondanks enkele mooie prestaties, toch wel onder de verwach-tingen. Het moet gezegd worden. Bovendien voldeed hij niet aan de (strenge) resultaatverbintenis (top-8 op het Europese kampioenschap) die was opgelegd door het BLOSO om zijn topsportstatuut te verlengen. Vandaag had hij een gesprek met het BLOSO over het a l dan niet verlengen van zijn statuut. Peter had wel een voldoende sterk dossier. Hij voldeed met een zesde plaats in een wereldbekerwedstrijd al aan de helft van de norm die zal worden opgelegd door het BOIC om uitgestuurd te worden naar de O.S.(twee maal top-8 in een wereldbekerwedstrijd), en op de Olympische ranking van de ITU (International Triathlon Union) staat hij 25ste (de eerste 60 zijn startgerechtigd). Bovendien speelt zijn jeugdige leeftijd in zijn voordeel. Hij kan de volgende 2 jaar nog een belangrijke progressie maken. Het BLOSO had daar allemaal oren naar, en zijn contract werd zonder problemen verlengd. Bovendien had Peter, en vooral dat vind ik positief, eerder deze week al een bijzonder constructief gesprek met topsportexpert Jul Clonen. Losstaand van het feit dat Peter een atleet is van mij vind ik dit alles een prima benadering van de topsportexpert, een manier van werken die op termijn vruchten moet afwerpen. Voilà dus, als het het goed is mag en moet het ook gezegd worden.
Vandaag was er in het BLOSO-sportcentrum te Herentals schoon volk verzameld. Zeg nu zelf: Kim Gevaert, Katleen De Caluwe, Elodie Ouedroago. Marc Herremans, Sven Nys, Peter Croes en Dirk Van Gossum mochten verder het decor verzorgen... En dat allemaal voor de documentaire ?To Walk Again? die gedraaid wordt onder de regie va n baron Stijn Coninx. Met deze documentaire wil Stijn Coninx aantonen dat iedereen wel ergens in meer of mindere mate een handicap of moeilijkheden moet overwinnen om zijn doelen te bereiken, dat ondanks alles het de moeite waard is en blijft om te vechten met de middelen die je (nog) hebt. Hoewel het verhaal van Marc Herremans de rode draad vormt in het geheel, is Marc?s doorzettingsvermogen niet het enige dat in beeld wordt gebracht. Er komen nog een aantal recht naar de keel grijpende getuigenissen van mensen die niet gespaard zijn in het leven voor in de film. Ik heb de hele productie van dichtbij mogen en kunnen volgen, en ik heb gezien met welke empathie en fijn-gevoeligheid Stijn, eigen aan zijn eigen persoonlijkheid en ook ingegeven door eigen ervaringen, zijn verhaallijn heeft ontwikkeld. Het wordt een mooie productie, die zal verstillen en doen nadenken. Misschien moet dat wel eens meer gebeuren.
Ik hou van Hugo Camps. Van zijn columns. Flandrien van het woord, dat is hij, met zijn doorworstelde en doorzwoegde lettercreaties. Na enkele woorden dringt het al tot je door. Wij zijn niks, minder dan niks, een al te vluchtige verschijning in de toevalligheid na de big bang. Camps straalt dat uit, niet alleen in zijn virtuoze geschrijf. Ook, en vooral in zijn zijn. Vleesgeworden melancholie, zo voel ik het aan. Artiest, ook in zijn gesproken woord. Evenvoet naast Claus. Een passage in Camps' column betekent glorie of desastreuze afgang. Alleen hij bepaalt dat, in het besef dat zelfs dat niks voorstelt.
Ik hou van emoties. Ze raken me, net zo goed vreugde als verdriet. Misschien dat ik daarom verhangen ben aan de sport. Ik voel de lach van de winnaar, de tranen van de verliezer, tot diep in mijn oogkassen. Soms meer dan me lief is. Ik genoot daarom van Bettini's vreugde, ongeneerd, niks geveinsd, haast kinderlijk. Echt. Ik leefde ook mee met Zabel. Ontgoocheld, maar zoals heel zijn carrire al, groot in de nederlaag.
Wat moet ik dan met het citaat van Camps in de Morgen (25/09/06, p.31)? "Ik zag en hoorde de nieuwe wereldkampioen Paolo Bettini op de RAI. Een kale dorpsgek, de Wannes Raps van het peloton. Hij zoende de camera en zichzelf, danste de flamenco met bondscoach Ballerini, kakelde zich een ongeluk." en verder: "De dwerg rekt zich iets te graag op tot kermisattractie. Het Bergerac-syndroom." Camps heeft het moeilijk met een emotionele wereld die de zijne niet is. Hij heeft het moeilijk met een ontlading die het beheersbare overstijgt. Jammer. Bettini verdient beter. Trouwens, een klein beetje Bettini in Camps, het zou Hugo goed doen.
Het is dus niet Stijn Devolder geworden. Jammer? Neen. Stijn heeft zich laten zien, hij gaf op een 50 km van het einde zelfs een goede indruk, een beetje nutteloos woekerend met zijn krachten. Maar goed, het was wishfull thinking, een ijdele wens vanuit een supportershart. Bettini, Zabel, Valverde en een hele hoop anderen waren beter dan Stijn, veel beter. Veel beter ook dan de rest van de Belgen, Boonen incluis. Boonen reed een wedstrijd in de schaduw, te ver naar achter bij iedere beklimming, hopend en erop rekenend dat geen enkele ontsnapping, ver voor hem uit, de goede zou zijn. Ei zo na kwam het nog goed, toen hij de laatste beklimming overleefde, nu wel in de voorste gelederen. Een goede Boonen zou van dan af nog moeilijk te kloppen geweest zijn, met of zonder ploegmaats aan zijn zij. Nu bleef hij machteloos, net zoals hij machteloos bleef in de finale van het Belgische kampioenschap, tijdens de Tour, en in Parijs-Brussel. De Boonen van 2006 is, ondanks winst in de Ronde van Vlaanderen, niet die van 2005. Punt. Dat kan en mag. Maar de godenstatus brokkelt af. In 2007 moet er bijgepleisterd worden.
Ik vraag me af in hoeverre het dossier JM Dedecker een rol gespeeld heeft in het minder presteren van de Belgische ploeg. Zijn de verwikkelingen van de laatste dagen misschien verantwoordelijk geweest is voor minder goede nachten, zo vlak voor de belangrijkste wedstrijd van het jaar? Patrick Lefevere en Tom Boonen hadden beter niet gereageerd op de uitlatingen van JM. Dan was de zaak misschien al lang vergeten. Het is fout om JM te lijf te willen gaan. JM is een vechter, een overlever. Hij durft zijn opponenten uitdagen, tot aan de limiet, als het moet met de handschoenen naar beneden. Denkt Lefevere dan echt dat hij JM afschrikt met een klacht? John Maclean, een goede vriend van mij en de eerste rolstoelatleet die de Ironman in Hawaii finishte, eindigt de emails die hij mij stuurt altijd met : Remember mate, only control the controllables. Uit mijn redelijk lange coachcarrire weet ik dat een atleet in de eerste plaats gemoedsrust nodig heeft, evenwicht vooral. Als er muizenissen en hersenspinsels rondwaren, dan lukt het niet. Dan wordt de wet van Murphy op gang getrokken, dan verliest hij te veel van zijn mogelijkheden, en dan is het maar te hopen dat de negatieve spiraal kan gekeerd worden. Vanuit die optiek hoop ik ook dat Sven Nys volgende zondag de wereldbekerwedstrijd wint in Aigle. Tot hij op dat hek reed had hij superbenen. Drie dagen later viel hij tijdens de opwarming van de cross in Eernegem en ook nog eens tijdens de wedstrijd. Een goede Nys valt geen twee keer, zo denk ik toch. Ik ben er zeker van dat dit nog naween zijn van heel die onverkwikkelijke dranghekhistorie. Vergeten, heel die zaak, Sven. En rijden, even krachtig en explosief zoals daarstraks op training. Dan zal alles rap vergeten zijn.
Morgen lig ik languit in de zetel, zeker weten. Een hele horde renners zal dan immers in en rond Salzburg rondjes draaien, knokkend voor dat unieke moment de gloire, voor die trui die een levenslange en daarom net geen eeuwige roem garandeert. Voor miljoenen mensen zullen Landis, Ullrich, Basso, Fuentes en quanti tutti ver weg zijn.
Donderdag was ik al bijzonder benieuwd naar de prestatie van Stijn Devolder, een poulain van me in nu al al te lang vervlogen jaren. Ik word oud, ik voel het, ik weet het. Volderke deed het met zijn dertiende plaats in het W.K. tijdrijden behoorlijk, minder goed dan hij verwachtte, minder goed dan ik hoopte, dat is zeker. Maar toch, met een stugheid, eigen aan West-Vlaanderaars, wroet hij zich jaar na jaar iets dichter naar de top. Elfde in de eindafrekening van de kleinste der grote ronde, il faut le faire. Je moet er verduiveld hard voor kunnen fietsen, op het vlakke en in de bergen. Zondag gaat het echt gebeuren voor Stijn. De allergrootsten gaan elkaar beloeren, na herhaalde en geneutraliseerde pogingen van Valverde en Bettini. En dan zal het moment van Volder komen. Als een valse trage zal hij wegrijden uit het peloton, met een grote molen, loosweg op zijn Zoetemelks, zonder omkijken. Tom Boonen zal zich gevangen voelen, en na enige aarzeling zal hij zich in hoogsteigen persoon op kop zetten van het peloton, zich oprichten en breed zwaaiend alle achtervolgingswerk onmogelijk maken. En Stijn? Die wordt werelkampioen. Wedden?
Gisteren bereikte het bezoekersaantal van mijn weblog een absoluut hoogtepunt. 1350 “pageloads”, waarvan bijna 1200 unieke bezoekers die dag. Deze stijging heeft ongetwijfeld alles te maken met het incident dat Sven Nys overkwam tijdens de veldrit in Aalter. Ik ben gisteren bewust niet op dat voorval ingegaan. Ik zou mogelijk woorden gebruikt hebben waarvan ik later spijt zou krijgen. Bovendien is het voor Sven heel belangrijk dat hij dat incident zo vlug mogelijk achter zich laat, en dat hij zich terug voor de volle 100 procent concentreert op zijn sport. De grote kracht van Sven is immers, uiteraard naast zijn talent en recuperatievermogen, het evenwicht dat hij heeft opgebouwd in zijn leven, zowel sportief als privé. Het zou bijzonder jammer zijn mocht dit evenwicht verstoord worden door een ondoordachte actie, al dan niet bewust, van een dronken toeschouwer. Heel verstandig heeft Sven dan gisteren de pers van zich afgehouden. In plaats van in te gaan op interviews allerhande heeft hij zijn loopschoenen aangetrokken en een stevige duurloop gedaan, gevolgd door een al even stevige duurtraining met de fiets. Vandaag staat nog een training achter de moto op het programma. Morgen is het dan aan hem om de frustratie van zich af te fietsen. Ik hoop dat het lukt, dat hij niet onbewust een beetje zal inhouden bij het ingaan van iedere onoverzichtelijke bocht. Ik reken erop dat hij vlamt zoals vanouds, en dan zal alles weer vergeten zijn.
Eén van de eerste en belangrijkste regels in de competitiesport luidt: Onderschat nooit je tegenstander. Blijkbaar heeft niet iedereen dat door. Neem nu die gek die een briefomslag met wit poeder verstuurde naar JM Dedecker. Ik dacht onmiddellijk aan een hoogst ontvlambare stof, zo van dat soort waarmee de Boerentoren in enkele minuten tijd kan herleid worden tot een simpel boerenerf vol kakelende kippen en een mestvaalt. Het onderzoek van dat poeder leverde echter een bijzonder teleurstellend resultaat op. Rattenvergif… Man, man, man toch. Afgang. JM al eens van dichtbij bekeken? Hem al eens echt kwaad gezien? Om JM te stoppen heb je veel meer nodig, zo van die dinges die niet eens te krijgen zijn in België. Of misschien kan er een dranghek gebruikt worden. Naar het schijnt is dat wel heel efficiënt, mocht JM op zijn fiets voorbijkomen. Ach, laat hem maar doen. Laat hem maar fulmineren tegen wantoestanden in het wielrennen, tegen de wanpraktijken in het Belgisch voetbal zoals die nu nog maar eens bovenkwamen in de BBC-reportage. Hij is de enige die er niet voor terug deinst om zijn nek uit te steken, ondanks briefkes met rattenvergif en dreigementen met rechtzaken. Trouwens, het schijnt dat van die klacht van Lefevere en Tom Boonen nog niks gekomen is. Naar het schijnt is dat voor straks, na het wereldkampioenschap. Dan zal het zijn voor straks, na de voorbereidingsperiode op het nieuwe seizoen, dan voor straks, na de klassiekers, dan voor straks, na … Jammer, jammer, jammer.
Ik ben Paul VDB, sinds eigen heugnis trainer van atleten van allerlei pluimage, en met een eigenzinnige kijk op heel de sportwereld in al haar facetten.
In deze weblog komen dan ook heel wat vragen en mogelijke antwoorden aan bod.
Is Sven Nys al aan het trainen? Kan Luc Van Lierde ooit nog de Ironman van Hawaii winnen? Hoe bereidt Marc Herremans zijn volgende exploot voor? Hebben topsportscholen zin? Kunnen wij Belgen nog ooit medailles halen op de Olympische Spelen? Zijn voetballers lui? Gaat er te veel geld om in de sport en verdienen topsporters te veel? Verdienen Ben Berden en andere dopingzondaars nog een tweede kans? Moet een jonge wielrenner op zijn voeding letten? Wat gaat er schuil achter de glamour en de glitter van topatleten? Hoe machtig zijn de sportmedia? Kan topsport zonder doping? Hoe hebben de Canvaslopers de finish bereikt in New York?
Niets blijft onbesproken, geen enkele voorzet die jullie trappen mag doelloos voorbij vliegen.
Dat dus, en nog veel meer, van de man in het veld, in "Achter de schermen".