Het rommelt weet bij Davitamon-Lotto. Nog maar eens. Tijdens de voorjaarsklassiekers schoffeerde Big Boss Marc Coucke openlijk renners en ploegleiders toen hij als een olifant in een porseleinwinkel orde op zaken wou stellen in zijn slecht draaiende speeltje. De zwakke prestaties van zijn renners waren slecht voor zijn ego, zeker nu zijn vroegere partner Patrick Lefevere hem altijd en overal, minzaam, haast triomfantelijk en daarom bijna neerbuigend de hand schudde tijdens de vluchtige ontmoetingen. Quick Step dartelde van wedstrijd naar wedstrijd, omhuld in een waas van succes. Peter Van Petegem was gelukkig met die gang van zaken. Sierlijk zweefde hij naar de voorzet die zijn grote baas voor open doel trapte, en hij begon openlijk rond te bazuinen dat hij zich niet goed voelde in deze situatie. Uiteraard was hij dan ook bereid om met iedereen te praten die voldoende euro's op tafel legde, zelfs met Patrick Lefevere.
En nu is er weer Wim Van Huffel, zelf verklaarde top-10 rijder in de Giro. Zijn ploegleiding had na zijn elfde plaats van vorig jaar voor hem de rode loper uitgerold: een nieuw en aangepast tweejarig contract, een mooie hartslagmeter, een ruimte van één vierkante meter in de materiaalwagen om een bak Leffe neer te poten, vrije keuze in de voorbereidingswedstrijden, een nieuwe tijdritfiets... Te gek om op te noemen. Wim moest enkel presteren, in de Giro, hoe dan ook nog steeds het kleine broertje van de Tour. Resultaat: een kleurloze prestatie, anoniem, ver achter Basso.
Wat denk je dan? Wim zal stilletjes van voor af aan beginnen, werken voor de anderen, en zo opnieuw bewijzen dat het prestatiepotentieel er wel degelijk is. Niks daarvan. Rijden voor Robbie en Cadell, vergeet het. En al wat Marc Sergeant vertelt rond zijn niet-selectie voor de Tour: dikke zever. Insiders beweren dat dit niet het enige probleem is. Het rommelt in de ploeg.
Misschien heeft Marc Coucke toch gelijk.
Voor een coach is het niet altijd gemakkelijk om uit te maken hoe ernstig hij de klachten van zijn atleten moet nemen. Moet de training gewoon voortgezet, gereduceerd of helemaal onderbroken worden? Niet eenvoudig, en een verkeerde beslissing kan falikant aflopen. Sommige atleten voelen al vlug iets, anderen moeten half dood zijn voor het woord pijn over hun lippen komt.
Marc Herremans is zo iemand die niet vlug klaagt. Als hij me zegt dat hij pijn heeft aan zijn elleboog, dan geloof ik hem. Ik ben er trouwens zeker van dat hij al heel dikwijls een pijnlijke schouder of elleboog heeft gehad, zonder dat ik er iets van mocht weten. De angst om de training te moeten onderbreken, weet je wel. Pijn dus, echte pijn. De raad om een ontstekingsremmer te nemen werd, gewoontegetrouw, in de wind geslagen, evenals het advies om dokter te raadplegen. "Mijn kinesist zal dit wel even bekijken", zie hij me gisteren.
Vanmorgen belde hij me, opgelucht. "Niks aan de hand, het is alleen maar een ontsteking aan de aanhechting van de tricepspees." Niks aan de hand?
"En nu?", vroeg ik hem.
"De Japanse methode. Gewoon verder trainen op basis van het schema dat je me hebt gegeven. Binnen twee dagen voel ik niks meer." De Japanse methode?
"Dat werkt al jaren bij me, alleen bij die verdomde rug is het niet gelukt. Er zouden meer sportmannen deze methode moeten toepassen. Net heb ik er nog over gesproken met Bjorn Leukemans. Hij mag toch niet stoppen met trainen omdat zijn schouder gebroken is. Peddelt hij met die schouder misschien? Trainen, Bjorn, heb ik hem gezegd. Die breuk geneest wel vanzelf. Maar ja, hij moet er wel in geloven, en dat doet hij nu net niet."
Ook ik zal er nog eens diep moeten over nadenken.
Vorige zondag was ik een bijzonder aandachtig toeschouwer tijdens de 20 kilometer van Brussel.
Aan het 10 kilometerpunt zag ik duizenden lopers voorbijkomen, een aantal van hen nog dartel lopend. Bij vele anderen was de tred al moeizaam, en zwetend, hijgend, puffend, haast strompelend volgden ze een punt dat ze ergens ver voor zich uit hadden gefixeerd. Het werd er niet beter op tijdens de laatste drie stijgende kilometers, langs de Tervurenlaan. De verstandige lopers liepen daar nog tientallen uitgeputte en wandelende concurrenten voorbij.
"Heb jij iets gevoeld van de fameuze runners high?" hoorde ik Koen Fillet aan een andere deelnemer vragen. "Runners high" is een high gevoel dat kan ontstaan door het vrijkomen van lichaamseigen morfine-achtige stoffen in de hersenen tijdens inspanning."Neen, niks gevoeld of gezien" was het antwoord.
En toch. Gisteren nog jogde ik lang heel relax door de bossen en velden van hartje Kempen, paadje in en uit, over zachte en verharde wegen. Mijn manier van mediteren, noem ik het, één met de natuur, lopend op het ritme van een regelmatige en rustige ademhaling. Op een bepaald ogenblik verloor ik ieder besef van tijd, en het werd zelfs moeilijk om de afgelegde weg nog te reconstrueren. Eén uur en veertig minuten later stond ik terug waar ik vertrokken was, een beetje high.
Ronduit imponerend hoe een vrij schriele man, gezegend met een kaal doodshoofd, en rondlopend in een sportbroekje dan nog, jarenlang, week na week tweeëntwintig testosteronebommen in bedwang kon houden. Uitpuilende ogen, gezwollen aders kronkelend over het voorhoofd, bewegende neusvleugels die ingehouden gebries niet konden verstoppen: Pierluigi Collina liet zich nooit opzij zetten door welke voetballende miljonnair dan ook.
Untouchable, zo leek het toch. Collina's wil was wet, en nooit week hij één millimeter van plaats als furieuze voetballers de vereiste privézone rondom hem letterlijk met de voeten traden.
Tot Collina's reputatie vorig jaar een barstje begon te vertonen. Pierluigi leek niet ongevoelig voor het grote geld. Hij hapte graag toe toen Opel, op dat ogenblik hoofdsponsor van AC Milan, hem een sponsoringscontract van één miljoen euro aanbood. Zijn handtekening op dit contract betekende meteen het einde van zijn scheidsrechters-loopbaan.
De barst dreigt ondertussen een hele scheur te worden. Collina's naam wordt genoemd in een groot voetbalschandaal met algemeen directeur Luciano Moggi van Juventus in een hoofdrol.
Misschien is er nog veel meer aan de knikker. Naar het schijnt gooit Jan Koller nog met al wat hij in handen krijgt als hij herinnerd wordt aan de betwiste strafschop die gastland Nederland in de laatste minuten de overwinning schonk tegen Tjechië tijdens Euro 2000. Wie leidde toen ook weer de wedstrijd? Zou Collina toen ook...? Ye in België, we kunnen ermee leven. Scheidsrechter Hoyzer in Duitsland, tot daar nog aan toe. Nederlandse voetballers die een centje willen bijverdienen, och ja, menselijk toch? Een dolgedraaide Italiaanse voorzitter van een topclub? Nooit gehoord van Italiaanse maffia misschien? Maar Collina? Er zijn geen zekerheden meer.
Een mens doet soms gekke dingen, zoals op deze weblog over iets schrijven waarover niet mag geschreven worden.
Ik ben namelijk trainer van een zestal lopers, oorspronkelijk te omschrijven als sedentair, asportief, sommigen licht obees en te druk bezet door werk en gezin. Het doel is om deze kwieke medemensen, in een tijdspanne van ongeveer 11 maanden, voor te bereiden op de marathon van New York. Geloof me, het is makkelijker om Sven Nys mee aan de wereldtitel te helpen, en ook dat wil wel eens fout lopen.
Grote gangmaker van het project is Jan Vanderstraeten (op foto wachtend op...), producer met een groot hart bij Canvas, en passioneel bezieler van dit opzet dat verfilmd wordt en in het najaar in zes afleveringen zal uitgezonden worden op de zender der intellectuelen. En juist daarom heb ik absolute geheimhouding gezworen aan Jan. Niemand zal van mij te horen krijgen of mijn lopers nog lopen, dan wel uitgeteld liggen wegens kwetsuren allerhande. Niemand zal van mij te horen krijgen wie gestart is in de 20 km van Brussel, en welke lopers, als ze al gestart zijn, de finish hebben bereikt. Niemand zal van mij te weten komen wie de training om in New York te kunnen starten heeft kunnen verwerken. Van mij, geen woord. Erewoord.
Of toch. Eén deelnemer mag ik wel bekend maken, sommigen hebben er wellicht al van gehoord: radio-BV Koen Fillet, een minzaam en cultureel onderlegd man, beantwoordend aan de kenmerken die ik hoger heb aangehaald. Koen weblogt over zijn wedervaren, te bezichtigen op www.koenfillet.be. Van hem mag ik zeggen dat hij vandaag mijn groot respect verdiend heeft. Vijf maanden geleden stond Koen als loper nergens, en flirtte hij met niveau zero. Vandaag liep hij ononderbroken 20 kilometer, en dus finishte hij, ondanks een stekende pijn in de knie. Chapeau en respect!
En toch ga ik stout zijn. Hierbij publiceer ik een groepsfoto van de deelnemers (toch even zoeken). Ik hoop dat producer Jan me vergeeft.
Ik ben een tevreden man. Vorige week in Lanzarote deden Luc Van Lierde en Marc Herremans het van goed tot uitstekend, en vandaag kreeg ik het bericht van Pieter Jacobs, één van onze meest beloftevolle amateurs en wellicht onze rondehoop in donkere dagen, dat hij vierde geworden is in de eindstand van de zo zware Ronde van Navarra. Als toetje eigende hij zich daarenboven de trui van beste jongere toe.
Ook van Sven Nys kreeg ik alleen maar positieve geluiden en zag ik alleen maar het allerbeste. Vorige week zondag reed hij zijn eerste kermiskoers in Lochristi, na een competitiestop van meer dan drie maanden. Met die povere specifieke voorbereiding op de Ronde van België moest hij het dan stellen. Een beetje beangstigend toch als je je in een rittenwedstrijd moet meten met renners die ongeveer 30 koersdagen in de benen hebben, sommigen zelfs meer.
Het was eigenlijk de bedoeling een beetje wedstrijdritme op te doen, en een stevige "fond" te leggen voor de mountainbikewedstrijden die er staan aan te komen. Sven's eerste grote doel is immers het Europese kampioenschap mountainbike in Italië, op het einde van de maand juli.
Uiteindelijk deed de ongekroonde wereldkampioen van het veldrijden veel meer dan meerijden. Hij was sterk, ik denk voor heel wat renners imponerend sterk. Haast moeiteloos handhaafde hij zich bij stormweer in de eerste waaiers, en op de Muur van Hoei gaf hij zelfs de indruk weg te kunnen rijden van de beste renners. "Ik heb maar niet te hard doorgetrokken" grapte Sven, "of ik moet in juli nog mee naar de Ronde van Frankrijk." Ik had iedere dag een tevreden, zelfs gelukkige Sven Nys aan de lijn. Meer dan ooit is hij in evenwicht met zichzelf en met zijn omgeving.
"Zegt dat iets over Sven, of over zijn tegenstanders" vroeg Marc Herremans me toen we een beetje napraatten over de achtste plaats van Sven in de eindrangschikking.
Ik denk dat het in de eerste plaats veel zegt over Sven, misschien zelfs over het veldrijden in het algemeen. Hebben jullie trouwens gezien wat John Gadret, één van Frankrijks beste veldrijders allemaal uitspookte in de Giro? Top-10, zelfs top-5 in de zwaarste bergritten, nadat hij enkele weken geleden met de allerbesten meefietste tijdens de Ronde van Romandië.
Misschien gaan sommigen het veldrijden nu iets meer naar waarde schatten
Ik beken schuld, ik was helemaal fout. Tijdens de voorbije week nog noemde ik de vierde plaats van Filip Meirhaeghe tijdens de wereldbekermanche Mountainbike in Spa nog DE prestatie van de week. Fout, fout, fout. DE prestatie werd, ook al in Spa, geleverd door Kenny Belaey.
Kenny wie? Kenny wat? B-E-L-A-E-Y, BE-LAEY. Onhoud die naam nu voor altijd. Kenny is acrobaat, crack, magiër met de fiets, en net als Stefan Everts, Raymond Ceulemans, Eddy Merckx, Johan Musseeuw, Tom Boonen e.a. grossiert hij in wereldbekeroverwinningen en in wereldtitels. Kenny Belaey is zelfs zevenvoudig (7) wereldkampioen in een veeleisende en uiterst spectaculaire discipline: fietstrial.
Kenny rijdt beter op zijn voorwiel dan jij en ik op 2 wielen, hij jumpt met zijn fiets op rotsen waar wij een ladder voor nodig hebben, en vanuit stilstand springt hij over een hoogte die door een gemiddelde mens maar kan overschreden worden als hij de floptechniek goed onder de knie heeft. Met zijn fiets vlindert hij snel en dikwijls foutloos over de meest spectaculaire parcoursen. Alleen wie keihard traint en wie erin slaagt om kracht en behendigheid te paren aan inventiviteit en uithoudingsvermogen kan schitteren in deze sport.
Meer nog dan Eddy Merckx is Kenny Belaey de kannibaal in zijn sport. We hebben in België trouwens nog zo'n ongenaakbare veelvraat: Benny Vansteenlant, meervoudig wereldkampioen duatlon.
Ze zijn te weinig bekend, en daarom ook te weinig bemind. Maar geloof me, het zijn grote kampioenen.
Gesprek tussen twee renners, vrijdagnamiddag, ergens tegen de flanken van de Dolomieten:
"Jens, ik zou graag winnen vandaag. Het is voor onze ploeg nog niet al te vet geweest. Bettini won wel een ritje, maar dat is toch het minste wat hij kon doen met zo'n contract"
Geen antwoord.
"Vooruit Jens, 'k heb ook nog niet veel gewonnen. Wij Spanjaarden staan bovendien al in een slecht daglicht door heel die bloeddoping affaire, en wat meer is, mijn contractbesprekingen komen eraan. Over enkele maanden word ik vader. Er moet brood op de plank komen. Komaan Jens, ik heb toch goed gereden vandaag, veel kop gedaan enzo. Nooit gehoord van "leven en laten leven"? Ik geef je er bovendien 10.000 euro voor."
Jens Voigt, die de laatste vijf kilometers al zegezeker was, en tijdens de voorbije dagen met een begerig oog gekeken had naar de bloemenmeisjes, twijfelt. Jens staat gekend als een kerel met een goede inborst, een gouden hart zeg maar. Toch maar even overleggen met ploegleider Bjarne Riis.
Beter dan wie ook kent Riis het klappen van de zweep. Bjarne is niet dom. Wat zakgeld voor zijn renners is altijd welkom, de roze trui is al binnen, en over enkele weken in de Tour zou een coalitie met Quick Step Basso misschien wel een stap dichter bij het de begeerde gele trui kunnen brengen.
"Voor mij is het OK, Jens," zegt Riis, " onder twee voorwaarden. Ten eerste, 10.000 euro is wat minnetjes. Je vraagt 25.000 euro, te nemen of te laten. En ten tweede, je laat wel duidelijk zien dat jij de beste was, en niet die kleine Spanjaard. Een renner van mijn ploeg wordt niet zomaar geklopt."
De deal is vlug beklonken, en met een bemoedigend schouderklopje stuurt Voigt Garate onbedreigd naar de finish.
Zou ik de enige gefrustreerde toeschouwer geweest zijn?
Het Spaanse wielermilieu is op dit ogenblik het epicentrum van de dopingsschok die, als we de pers mogen geloven, bij uitbreiding zware verliezen kan toebrengen aan het hele Europese wielercontinent. Wat insiders al lang wisten werd met één welgerichte actie van de Spaanse politie duidelijk gemaakt aan de meest naïeve wielerliefhebber: via bloedtransfusies en een aantal gesofisticeerde medische ingrepen wordt de epotest (massaal?) ontweken. De verklaring voor een, van uit sportfysiologisch standpunt onverklaarbaar, meer en meer voorkomend fenomeen is dan ook meteen gegeven. In een ronde zien we soms renners op één, twee dagen de instorting nabij, om hen dan de volgende dag, zelfs tijdens een zware bergrit, als een feniks te zien verrijzen uit hun as. Kapot is kapot, en herstel is alleen mogelijk door aangepaste voeding, rust en/of sterk gereduceerde inspanning. Geen enkele sportfysioloog die dit zal tegenspreken. Ik hoop echt dat het hele zootje nu eens uitgemest wordt, grondig dan, tot op het bot.
Tegen deze achtergrond is de beslissing van het WADA (het wereld antidoping agentschap) om het onschuldige gebruik van lagedrukkamers aan de dopingslijst toe te voegen een beetje potsierlijk. Reden: deze kamers werken prestatieverbeterend. Ik ken nog zo een aantal zaken die prestatieverbeterend werken:
een goede recuperatiedrank na de wedstrijd
trainen
op hoogtestage gaan
geboren worden en wonen op de Kenyaanse hoogvlakten
bij het begin van de finale van een wielerwedstrijd 60 gr suikers opnemen
bij iedere bevoorradingspost drinken tijdens een marathon
het lichaam afkoelen tijdens inspanningen bij warme en vochtige omstandigheden
"57-jarige chirurg krijgt job aangeboden in één van de grootste ziekenhuizen van België. Hij heeft het vak al doende geleerd, in binnen- en buitenland. De ene keer deed hij het goed, een andere keer liep het fout. Hij werd dan ook al verschillende keren ontslagen. In Nederland mocht hij niet aan de slag, wegens gebrek aan diploma. Volgende week probeert hij in België alsnog het noodzakelijke diploma te halen."
(Fictieve) horror in de medische wereld, keiharde realiteit in de sportwereld. Johan Boskamp, "Bossie" voor de vrienden, gaat immers aan de slag bij Standard. Voorheen was hij al trainer bij Lierse, Denterhoutem, Beveren, Anderlecht, Genk, de nationale ploegen van Koeweit en Saudi-Arabië en bij Stoke City. Ook het Nederlandse Vitesse had interesse voor Johan, maar daar lukte het niet. Bossie is immers niet in het bezit van het Erkende Diploma Coach Betaald Voetbal.
Bij de Belgische voetbalbond is men iets ruimdenkender. Als Boskamp zijn goede wil maar toont, en zich maandag aanbiedt op de trainerscursus voor het Pro-Licence-diploma. Dan is het al lang voldoende. Het diploma zelf is immers een formaliteit. Maar wie weet, misschien gaat Bossie op 57-jarige leeftijd toch nog iets leren over een verantwoorde trainingsopbouw, supercompensatie, recuperatie, het belang van energie- en hersteldranken. Mogelijk komt zelfs sportpsychologie aan bod. Men is nooit te oud om te leren.
Ik ben Paul VDB, sinds eigen heugnis trainer van atleten van allerlei pluimage, en met een eigenzinnige kijk op heel de sportwereld in al haar facetten.
In deze weblog komen dan ook heel wat vragen en mogelijke antwoorden aan bod.
Is Sven Nys al aan het trainen? Kan Luc Van Lierde ooit nog de Ironman van Hawaii winnen? Hoe bereidt Marc Herremans zijn volgende exploot voor? Hebben topsportscholen zin? Kunnen wij Belgen nog ooit medailles halen op de Olympische Spelen? Zijn voetballers lui? Gaat er te veel geld om in de sport en verdienen topsporters te veel? Verdienen Ben Berden en andere dopingzondaars nog een tweede kans? Moet een jonge wielrenner op zijn voeding letten? Wat gaat er schuil achter de glamour en de glitter van topatleten? Hoe machtig zijn de sportmedia? Kan topsport zonder doping? Hoe hebben de Canvaslopers de finish bereikt in New York?
Niets blijft onbesproken, geen enkele voorzet die jullie trappen mag doelloos voorbij vliegen.
Dat dus, en nog veel meer, van de man in het veld, in "Achter de schermen".